Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ8150

Datum uitspraak2007-02-09
Datum gepubliceerd2007-02-09
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/551485-06
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte verleende geen voorrang aan een hem uit tegemoetkomende richting komende bestuurder, terwijl hij onder invloed van verdovende middelen verkeerde (cannabinoiden). Veroordeling voor overtreding van artikel 6 WVW1994


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/551485-06 Uitspraak d.d.: 9 februari 2007 TEGENSPRAAK / dnip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [postcode, plaats] [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 januari 2007. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 april 2006 te Vaassen, althans in de gemeente Epe, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede heeft gereden over de weg, (de Eekterweg), waarbij hij -verdachte- zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - dit motorrijtuig te besturen, terwijl hij (kort) voor het ongeval één of meerdere joint(s), althans een (grote) hoeveelheid Cannabis had gerookt, althans verkeerde onder invloed van een stof, te weten Cannabinoïden (THC en/of 11-OH-THC en/of THC-COOH) en/of - bij het afslaan naar links, teneinde de Kanaalweg in te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) niet heeft laten voorgaan, door welke gedraging(en) hij -verdachte- met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen voornoemde tegemoetkomende personenauto is gebotst, aangereden en/of aangegleden, waardoor de heer [slachtoffer], althans een ander, zwaar lichamelijk letsel, te weten een verbrijzelde rechterduim en/of een zwaar gekneusde voet en/of een hoofdwond heeft bekomen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij -verdachte- verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 175 lid 2 onder b Wegenverkeerswet 1994 art 175 lid 3 Wegenverkeerswet 1994 art 6 Wegenverkeerswet 1994 ALTHANS, dat A hij op of omstreeks 27 april 2006 te Vaassen, althans in de gemeente Epe, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit motorrijtuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten Cannabinoïden (THC en/of 11-OH-THC en/of THC-COOH), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht; artikel 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994 en/of B hij op of omstreeks 27 april 2006 te Vaassen, gemeente Epe, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Eekterweg, bij het afslaan naar links, teneinde de Kanaalweg in te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder (de heer [slachtoffer]) van een motorrijtuig (personenauto) niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht; art 18 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 27 april 2006 te Vaassen, althans in de gemeente Epe, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede heeft gereden over de weg, (de Eekterweg), waarbij hij -verdachte- zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend, - dit motorrijtuig te besturen, terwijl hij (kort) voor het ongeval meerdere joints had gerookt, althans verkeerde onder invloed van een stof, te weten Cannabinoïden (THC en/of 11-OH-THC en/of THC-COOH) en - bij het afslaan naar links, teneinde de Kanaalweg in te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) niet heeft laten voorgaan, door welke gedraging(en) hij -verdachte- met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen voornoemde tegemoetkomende personenauto is aangereden, waardoor de heer [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een verbrijzelde rechterduim en een zwaar gekneusde voet en een hoofdwond heeft bekomen, terwijl hij -verdachte- verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994; Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op het misdrijf: Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuldige verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte, terwijl hij verkeerde onder invloed van verdovende middelen, aan het verkeer heeft deelgenomen en een ongeval heeft veroorzaakt. Als gevolg daarvan is aan een ander zwaar lichamelijk letsel toegebracht. Verdachte heeft zich met zijn handelwijze een dermate nalatig verkeergedrag getoond, dat naar het oordeel van de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur passend is. Gelet op het voorgaande en tevens gelet op de omstandigheid dat verdachte blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie reeds eerder tot straf is veroordeeld wegens het rijden onder invloed, acht de rechtbank daarnaast na te melden straffen passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. BESLISSING De rechtbank beslist als volgt. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende het eerste jaar van de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt. Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen. Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten: een werkstraf gedurende 150 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen. Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtui-gen te besturen voor de duur van 12 maanden. Bepaalt, dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 167 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht. Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Kuipers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 februari 2007.