Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA1173

Datum uitspraak2007-03-21
Datum gepubliceerd2007-03-21
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200606885/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 18 juli 2006 heeft verweerder aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Hoko B.V." handelend onder de naam "Bistro de Venenhoeve" een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een bistro, restaurant, partycentrum en een paintball-veld gelegen op het perceel Wedderbergenweg 3 te Wedde. Dit besluit is op 10 augustus 2006 ter inzage gelegd.


Uitspraak

200606885/1. Datum uitspraak: 21 maart 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Bellingwedde, verweerder. 1.    Procesverloop Bij besluit van 18 juli 2006 heeft verweerder aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Hoko B.V." handelend onder de naam "Bistro de Venenhoeve" een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een bistro, restaurant, partycentrum en een paintball-veld gelegen op het perceel Wedderbergenweg 3 te Wedde. Dit besluit is op 10 augustus 2006 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 18 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 19 september 2006, beroep ingesteld. Bij brief van 6 december 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 maart 2007, waar appellant in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door G. Gengler, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. 2.    Overwegingen 2.1.    Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan, voor zover hier van belang, een belanghebbende tegen een besluit op grond van deze wet beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.    Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.2.    Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het beroep van appellant zich beperkt tot de gevolgen van het paintball-veld voor de natuur in de omgeving van de inrichting. 2.3.    Wanneer krachtens de Wet milieubeheer een vergunning voor het oprichten en het in werking hebben van een inrichting of een zogenoemde revisievergunning wordt verleend, zijn naast de aanvrager onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van deze inrichting kunnen worden ondervonden belanghebbenden. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting woont appellant op een zodanig grote afstand van de inrichting dat, de aard en de omvang van de inrichting in aanmerking genomen, het niet aannemelijk is dat ter plaatse van de woning van appellant milieugevolgen van de inrichting kunnen worden ondervonden. Ter zitting heeft appellant ook erkend dergelijke gevolgen ter plaatse van zijn woning niet te ondervinden.    Het belang dat appellant bij het bestreden besluit meent te hebben in verband met de mogelijke gevolgen daarvan voor een nabijgelegen natuur- en recreatiegebied, kan niet worden beschouwd als een persoonlijk rechtstreeks bij het besluit betrokken belang dat hem zodanig onderscheidt van anderen dat hij op grond hiervan als belanghebbende bij dit besluit is aan te merken.    Appellant kan dan ook niet worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat voor hem geen beroep openstond op grond van artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. 2.4.    Het beroep is niet-ontvankelijk. 2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van Staat. Het Lid van de enkelvoudige kamer                    w.g. Plambeck is verhinderd de uitspraak                             ambtenaar van Staat te ondertekenen.   Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2007 159-492.