Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA1330

Datum uitspraak2007-02-20
Datum gepubliceerd2007-03-22
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 06/00567
Statusgepubliceerd


Indicatie

De beslissing van de kantonrechter is niet naar het door de betrokkene opgegeven adres gezonden. Derhalve is de beslissing niet op de voorgeschreven wijze, want niet in overeenstemming met artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bekendgemaakt. De termijn voor het instellen van hoger beroep is niet aangevangen op de datum waarop de beslissing van de kantonrechter naar het verkeerde adres is gezonden. Hoger beroep tijdig. Ook de mededelingen van de officier van justitie omtrent de verplichting tot zekerheidstelling zijn naar het verkeerde adres gezonden. De betrokkene heeft aangevoerd dat zij financieel niet in staat is om zekerheid te stellen. Zaak wordt teruggewezen naar de kantonrechter.


Uitspraak

WAHV 06/00567 20 februari 2007 CJIB 29086052919 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem van 6 april 2006 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop Namens de betrokkene he[gemachtigde] tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingedien[gemachtigde] is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Bij brief van 31 oktober 2006 heeft de griff[gemachtigde] in de gelegenheid gesteld een schriftelijke machtiging over te leggen. De betrokkene heeft bij brief van 2 november 2006 op de brief van de griffier gereageerd. In deze brief heeft de betrokkene meegedeeld dat [gemachtigde] zich uit de procedure heeft teruggetrokken. Tevens heeft de betrokkene in die brief verzocht om een behandeling ter zitting. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld om op de brief van de betrokkene d.d. 2 november 2006 te reageren. Hiervan is bij schrijven van 3 januari 2007 gebruik gemaakt. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld op het schrijven van de advocaat-generaal d.d. 3 januari 2007 te reageren. Hiervan is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat het hoger beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat de betrokkene daarom niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. 3.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, WAHV in verbinding met de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. Het bepaalde in artikel 3:41, eerste lid, Awb brengt mee, dat eerst van bekendmaking van de beslissing op de voorgeschreven wijze sprake is, indien de mededeling naar het juiste adres - waarbij het door de betrokkene opgegeven adres leidend is - is verzonden 3.3. Uit de stukken van het geding blijkt het volgende: - De betrokkene heeft in haar beroepschrift aan de kantonrechter als adres opgegeven: [huidige adres] - De beslissing van de kantonrechter van 6 april 2006 is op 13 april 2006 aan de betrokkene verzonden naar het adres: [oude adres] - Bij brief van 15 maart 2006 heeft [gemachtigde] namens de betrokkene een brief gezonden aan het CJIB. Het CJIB heeft deze brief doorgezonden naar de rechtbank Haarlem. Op de brief staat de volgende mededeling van de griffier van de rechtbank vermeld: "Gebeld, wil in hoger beroep." en separaat het datumstempel "21 maart 2006". De griffier van de rechtbank heeft vervolgens de brief (kennelijk) aangemerkt als hoger beroepschrift en doorgezonden naar het hof. - Bij brief van 31 oktober 2006 heeft de griffier van het hof [gemachtigde] bericht dat het hof het er voor houdt dat [gemachtigde] namens de betrokkene hoger beroep heeft ingesteld. De griffier heeft tevens [gemachtigde] verzocht een schriftelijke machtiging over te leggen. - Bij brief van 2 november 2006 heeft de betrokkene aangegeven dat [gemachtigde] zich uit de procedure heeft teruggetrokken en dat de correspondentie in deze zaak naar haar adres, te weten [adres] kan worden gezonden. 3.4. Nu de beslissing van de kantonrechter niet naar het door de betrokkene opgegeven adres is gezonden, is die beslissing niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De termijn, als bedoeld in artikel 6:8, eerste lid, Awb, is derhalve niet aangevangen op 13 april 2006. 3.5. Gelet op de door de griffier van de rechtbank geplaatste mededeling op de brief van [gemachtigde] d.d. 15 maart 2006 en de brief van de betrokkene d.d. 2 november 2006, houdt het hof het ervoor dat de betrokkene tijdig hoger beroep heeft ingesteld. Het hof zal daarom de betrokkene in hoger beroep ontvangen. 3.6. Uit de op de voet van artikel 15, tweede lid, WAHV aan de griffier van het hof toegezonden gedingstukken blijkt dat de betrokkene in haar beroepschrift aan de kantonrechter als adres heeft opgegeven: [adres] en dat de brieven van de officier van justitie betreffende de zekerheidstelling van 31 januari 2006 en 15 februari 2006 zijn verzonden aan het adres: [oude adres] De brieven betreffende de zekerheidstelling zijn dus niet verzonden aan het juiste adres van de betrokkene, zodat ervan moet worden uitgegaan, dat de betrokkene niet behoorlijk in de gelegenheid is gesteld zekerheid te stellen. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank Haarlem. 3.7. Nu het hof de zaak zal terugwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Haarlem, zal het hof de zaak niet ter zitting behandelen. 3.8. Na terugwijzing van de zaak door het hof dient de kantonrechter, gelet op het feit dat de betrokkene zowel in haar administratief beroepschrift als in hoger beroep heeft aangegeven over onvoldoende financiële middelen te beschikken om zekerheid te kunnen stellen, de betrokkene in de gelegenheid te stellen op een openbare zitting te worden gehoord omtrent haar financiële draagkracht, tenzij de kantonrechter hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd omtrent haar financiële draagkracht reeds aanstonds aannemelijk acht. Acht de kantonrechter het aangevoerde omtrent de financiële draagkracht gegrond, dan zal hij het bepaalde in art. 11, derde lid, WAHV in zoverre buiten toepassing moeten laten als in overeenstemming is met de draagkracht van de betrokkene. Zonodig zal aan de betrokkene een nadere termijn moeten worden gegund waarbinnen deze alsnog de door de kantonrechter vastgestelde zekerheid kan stellen. 4. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Haarlem ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.