
Jurisprudentie
BA1655
Datum uitspraak2007-03-21
Datum gepubliceerd2007-03-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200701199/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2007-03-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200701199/1
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 4 december 2006 heeft verweerder de eigenares van de [locatie] te [plaats], [vergunninghoudster], bevolen nader onderzoek te verrichten naar de verontreiniging van de bodem van deze locatie.
Uitspraak
200701199/1.
Datum uitspraak: 21 maart 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], kantoorhoudend te [plaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 4 december 2006 heeft verweerder de eigenares van de [locatie] te [plaats], [vergunninghoudster], bevolen nader onderzoek te verrichten naar de verontreiniging van de bodem van deze locatie.
Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 15 januari 2007 bezwaar gemaakt.
Bij brief van 14 februari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 15 februari 2007, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 maart 2007, waar verzoeker in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. I. van den Bergh en ing. M. Wesseling, ambtenaren van de gemeente Nijmegen, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 20.1, eerste en derde lid, van de Wet milieubeheer kan, voor zover hier van belang, een belanghebbende beroep instellen. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dient degene die het recht is toegekend beroep in te stellen voorafgaand aan het beroep bezwaar te maken.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
2.2. Het besluit van verweerder schept uitsluitend voor [vergunninghoudster] verplichtingen. Niet valt in te zien waarom het belang van verzoeker rechtstreeks bij dit besluit is betrokken. Dat verweerder de brief waarin het besluit is bekendgemaakt, heeft geadresseerd aan verzoeker, die als advocaat de belangen van [vergunninghoudster] behartigt en als zodanig voor haar de correspondentie met verweerder verzorgt en van verweerder stukken ontvangt, maakt dit niet anders. Gelet hierop is de Voorzitter van oordeel dat het bij verweerder ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk zal moeten worden verklaard, zodat geen aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.3. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.
w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Van der Zijpp
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2007
262-539.

