Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA1821

Datum uitspraak2007-03-07
Datum gepubliceerd2007-03-29
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Breda
Zaaknummers424690 ov 06-3499
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

gezamenlijke voogdij art. 1:282 BW


Uitspraak

RECHTBANK BREDA Sector kanton Locatie Bergen op Zoom Zaaknr. 424690 OV VERZ 06-3499 Beschikking op een verzoek tot benoeming tot voogd in gezamenlijke voogdij inzake [minderjarige], geboren op 5 februari 1996, wonend te Lepelstraat, hierna te noemen de minderjarige, op een verzoek van 1. [oma], wonend te Lepelstraat, oma van de minderjarige, en 2. [tante], wonend te Halsteren, tante van de minderjarige, verzoeksters, gemachtigde mr. S.C.M. Asselbergs, advocaat te Bergen op Zoom. 1. De behandeling van het verzoek Dit blijkt uit de volgende stukken: a. het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 18 december 2006, met producties; b. het schrijven d.d. 28 februari 2007 van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Midden- en West-Brabant, locatie Breda; c. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 7 maart 2007, waar zijn verschenen mr. Asselsbergs vergezeld van verzoeksters, alsmede [moeder] en [vader], moeder en vader van de minderjarige. De inhoud van voormelde stukken geldt hier als ingelast. 2. Het verzoek Verzoeksters hebben zich tot de kantonrechter gewend met het verzoek over de minderjarige verzoekster sub 2 te benoemen tot voogdes in gezamenlijke voogdij met verzoekster sub 1. 3. De beoordeling 3.1 Bij beslissing van 8 juli 1998 is verzoekster sub 1 bekleed met de voogdij over de minderjarige. In verband met haar gezondheidstoestand heeft verzoekster sub 1 bij het uitoefenen van de voogdij regelmatig steun en hulp nodig van verzoekster sub 2. Verzoeksters achten het aangewezen dat verzoekster sub 2 op gelijkwaardige wijze als verzoekster sub 1 namens de minderjarige kan optreden en daartoe verzoeken beiden thans om verzoekster sub 2 tot voogdes te benoemen in gezamenlijke voogdij met verzoekster sub 1. 3.2 Bij brief van 28 februari 2007 heeft de Raad voor de Kinderbescherming de kantonrechter bericht dat zij kennis heeft genomen van het onderhavige verzoek en zij zich kan vinden in het verzoek omdat zij het in het belang van de minderjarige vindt dat de taken die bij de voogdij horen zo optimaal mogelijk uitgevoerd kunnen worden. 3.3 De ouders van de minderjarige hebben ter zitting van 7 maart 2007 mondeling te kennen gegeven te kunnen instemmen met het verzoek. 3.4 Nu de kantonrechter het gedane verzoek ook in het belang van de minderjarige acht, zal hij, mede gelet op het bepaalde in artikel 1:282 BW, het verzoek inwilligen en bepalen dat de griffier deze wijziging zal aantekenen in het gezagsregister. 4. De beslissing De kantonrechter: benoemt [tante] voornoemd, geboren op 10 november 1981, wonend te [adres], tot voogdes over de minderjarige [minderjarige] voornoemd, in gezamenlijke voogdij met J[oma], geboren op 23 juni 1952, [adres]; bepaalt dat de griffier deze voogdijwijziging zal aantekenen in het gezagsregister. Deze beschikking is op 7 maart 2007 gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en door deze en de griffier getekend. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.