
Jurisprudentie
BA2100
Datum uitspraak2007-03-22
Datum gepubliceerd2007-04-03
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460009-06
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-04-03
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460009-06
Statusgepubliceerd
Indicatie
Kinderrechter verklaart bezwaar 77p Sr gegrond, nu bevel van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van vervangende jeugddetentie ontbreekt en nu ervan moet worden uitgegaan dat de kennisgeving van het bevel in mandaat is afgegeven.
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector straf
parketnummer: 06/460009-06
De kinderrechter in deze rechtbank heeft te beslissen op een op 26 februari 2007 ter griffie ingekomen bezwaarschrift ex artikel 77p, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van de veroordeelde:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1988,
wonende [adres en woonplaats].
De kinderrechter heeft de processtukken bezien. Het bezwaarschrift is behandeld ter terechtzitting van 22 maart 2007. Van deze behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.
Motivering
Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving van een bevel van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van 17 dagen vervangende jeugddetentie in verband met het niet uitvoeren van respectievelijk 6 en 29 uren van de bij vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 april 2006 opgelegde werk- en leerstraf.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat zich bij de stukken niet een bevel van de officier van justitie zelve bevindt. Voor zover de kennisgeving mede dat bevel zou moeten inhouden, geldt dat de in artikel 77p van het Wetboek van Strafrecht aan het openbaar ministerie toegekende bevoegdheid zich naar haar aard niet leent voor mandatering. Het betreft niet alleen een bevoegdheid bij gebruikmaking waarvan sprake is van vrijheidsbeneming, maar ook een waarbij aan het openbaar ministerie een discretionaire ruimte wordt gelaten. Het bevel kan daarom niet (door een parketsecretaris) worden gegeven, maar enkel door de officier van justitie zelf. Nu het dossier en het verhandelde ter zitting geen aanknopingspunt biedt voor een andere conclusie dan dat de kennisgeving namens de officier van justitie in mandaat is gedaan, moet de kinderrechter ervan uitgaan dat een geldig bevel tot tenuitvoerlegging van vervangende jeugddetentie niet voorligt, zodat op na te melden wijze moet worden beslist.
Beslissing
De kinderrechter:
- verklaart het bezwaar gegrond en stelt veroordeelde in de gelegenheid de hem opgelegde werk- en leerstraf alsnog te verrichten.
Deze beslissing is gegeven door mr. Van Lookeren Campagne, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 maart 2007.

