Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA2844

Datum uitspraak2007-04-10
Datum gepubliceerd2007-04-12
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers238904 CV EXPL 1088/07
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

na ontbinding van de huurovereenkomst geen stilzwijgende voortzetting nu niet blijkt dat dat de bedoeling van partijen was.


Uitspraak

RECHTBANK ALMELO Sector Kanton Locatie Enschede Zaaknummer : 238904 CV EXPL 1088/07 Uitspraak : 10 april 2007 Vonnis in de zaak van: de stichting DE WOONPLAATS gevestigd te Enschede eisende partij, hierna ook wel De Woonplaats te noemen gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V. te Hilversum tegen 1. gedaagde sub 1 en 2. gedaagde sub 2 beiden wonende te … gedaagde partij, hierna ook wel gedaagde te noemen niet verschenen 1. procedure Deze blijkt uit het tussenvonnis van 6 februari 2007. De Woonplaats heeft een akte genomen waarna het vonnis is bepaald op heden. 2. de nadere beoordeling De kantonrechter neemt hierover hetgeen in voormeld tussenvonnis is overwogen en beslist. De Woonplaats werd bij dat vonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vragen waarom opnieuw tot dagvaarden werd overgegaan aangezien zij al een titel heeft voor de na 1 september 2006 onbetaald gelaten gebruiksvergoeding. en of tussen partijen een nieuwe huurovereenkomst was gesloten nadat de ‘oude’ huurovereenkomst bij vonnis van de kantonrechter d.d. 12 september 2006 was ontbonden De Woonplaats heeft daarop geantwoord dat zij heeft afgezien van haar rechten voortvloeiende uit het vonnis van 12 september 2006 aangezien gedaagde voldaan had aan de inhoud van dat vonnis en zodat daarmee de huurovereenkomst werd voortgezet. De kantonrechter deelt die redenering niet. Vast staat dat de tussen partijen bestaande huurovereenkomst op 12 september 2006 bij vonnis was ontbonden. Stilzwijgende voortzetting van de ontbonden huurovereenkomst ex art. 7:230 BW kan alleen dan worden aangenomen indien tussen partijen blijk wordt gegeven dat deze gang van zaken hun bedoeling was. Gelet op de inleidende dagvaarding, welke geleid heeft tot het ontbindingsvonnis van 12 september 2006, is er voldoende reden om te veronderstellen dat De Woonplaats een andere bedoeling had dan de thans gestelde voortzetting van de huurovereenkomst. Zij wilde toentertijd ontbinding van die overeenkomst en ontruiming van het gehuurde. Het mag dan zo zijn dat gedaagde de huurachterstand betaald heeft inclusief de lopende maandhuur over september 2006, maar dat bij gedaagde de intentie leefde om de huurovereenkomst voor te zetten is evenmin aannemelijk nu de huur voor oktober 2006 en de daarop volgende maanden onbetaald is gebleven. Naar het oordeel van de kantonrechter is de oorspronkelijke huurovereenkomst niet herleefd maar bij vonnis van 12 september 2006 definitief geëindigd. Met voormeld vonnis heeft De Woonplaats een titel voor de na 30 september 2006 onbetaald gelaten vergoeding wegens voorgezet gebruik zodat de onderhavige vordering moet worden afgewezen. De Woonplaats wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. 5. beslissing Wijst de vorderingen af. Veroordeelt De Woonplaats in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagde begroot op nihil. Aldus gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 10 april 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.