
Jurisprudentie
BA3156
Datum uitspraak2007-04-17
Datum gepubliceerd2007-04-18
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/5649 WWB
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-04-18
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/5649 WWB
Statusgepubliceerd
Indicatie
Verzet ongegrond. Verzuim niet tijdig indienen gronden niet verschoonbaar.
Uitspraak
06/5649 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 augustus 2006, 05/979 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: College)
Datum uitspraak: 17 april 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 23 januari 2007 heeft de Raad het namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft mr. M.J. Post, advocaat te ’s-Gravenhage, namens appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 april 2007, waar appellante zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. Post. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 23 januari 2007 berust hierop, dat het ingediende beroepschrift niet de gronden bevat waarop het hoger beroep berust, en dat de gemachtigde van appellante, nadat zij de gelegenheid kreeg dit verzuim te herstellen, niet binnen de door de griffier van de Raad gestelde termijn, de gronden heeft ingediend; van redenen die een verontschuldiging zouden kunnen vormen voor dit verzuim is niet gebleken.
In geding is de vraag of het hoger beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.
In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, merkt de Raad op dat hij ook in hetgeen in het verzetschrift en ter zitting is aangevoerd geen aanknopingspunten heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat appellante het verzuim niet kan worden tegengeworpen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.E. Broekman als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 april 2007.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) P.E. Broekman.

