Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA3158

Datum uitspraak2007-04-17
Datum gepubliceerd2007-04-18
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/7398 WWB
Statusgepubliceerd


Indicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Ontbreken procesbelang.


Uitspraak

05/7398 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 november 2005, 05/1772 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat (hierna: Dagelijks Bestuur) Datum uitspraak: 17 april 2007 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Dagelijks Bestuur heeft een verweerschrift ingediend en een nader besluit van 5 maart 2007 aan de Raad gezonden. De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 6 maart 2007, waar partijen - het Dagelijks Bestuur met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Appellant ontvangt sedert 29 april 1977 - met een onderbreking in de maanden april en mei 1990 - bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand. Bij besluit van 1 maart 2005 heeft het Dagelijks Bestuur de bijstand over de maand maart 2005 verlaagd met 100% op de grond dat appellant niet naar vermogen heeft getracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, onvoldoende heeft meegewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en nalatig is geweest algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. Bij besluit van 25 april 2005 heeft het Dagelijks Bestuur het bezwaar tegen het besluit van 1 maart 2005 ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 25 april 2005 ongegrond verklaard. Hangende het door appellant ingestelde hoger beroep heeft het Dagelijks Bestuur bij besluit van 5 maart 2007 opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Daarbij is het bezwaar tegen het besluit van 1 maart 2005 gegrond verklaard, dit besluit herroepen en bepaald dat de uitkering over de maand maart 2005 alsnog aan appellant zal worden uitbetaald. De Raad stelt vast dat met het besluit van 5 maart 2007 volledig aan appellant is tegemoetgekomen. Daar waar niet (meer) van enig procesbelang bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak en het besluit van 25 april 2004 is gebleken, dient het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard. Van kosten van appellant waarop een veroordeling in de proceskosten betrekking kan hebben, is de Raad niet gebleken. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; Bepaalt dat de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 140,-- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en G. van der Wiel en J.J.A. Kooijman als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 april 2007. (get.) T.G.M. Simons. (get.) P.C. de Wit.