
Jurisprudentie
BA3286
Datum uitspraak2007-04-18
Datum gepubliceerd2007-04-18
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Breda
Zaaknummersrk-nummer: 06/1054
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-04-18
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Breda
Zaaknummersrk-nummer: 06/1054
Statusgepubliceerd
Indicatie
door een persoon wordt op een afgelegen plaats in een plastic zak een grote hoeveelheid geld gevonden hetwelk hij naar de politie brengt. Na enige tijd blijkt dat dit geld afkomstig is van een ontvoeringszaak. De persoon die wederrechtelijk van zijn vrijheid was beroofd, heeft een klaagschrift ingediend waarin hij verzoekt om teruggave van dit geldbedrag omdat hij van oordeel is dat geldbedrag aan hem toebehoort.
Uitspraak
RECHTBANK BREDA
parketnummers: 811441-06, 811453-06, 811477-06, 811478-06
rk-nummer: 06/1054
Gegrondverklaring van het klaagschrift ex artikel 552a wetboek van strafvordering.
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het wetboek van strafvordering, ingekomen ter griffie op 17 november 2006, met betrekking tot voorwerpen, in beslag genomen in de zaak:
[geklaagde],
[geboortedatum en plaats]
te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman, mr. Van der Kruijs, kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch aan de Prins Bernhardstraat 1.
Klager is [geklaagde] voornoemd.
1. De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
? het klaagschrift, dat - ondertekend door of namens klager - tijdig is ingediend ter griffie van het op grond van artikel 552a van het wetboek van strafvordering bevoegde gerecht;
? de kennisgeving inbeslagneming;
? het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 21 maart 2007, waaruit blijkt dat de officier van justitie alsmede klager en zijn raadsman zijn gehoord.
2. De beoordeling.
Op 24 mei 2006 is [geklaagde] door een aantal personen ontvoerd en mishandeld en is hij vrijgelaten onder de voorwaarde dat hij geld zou afgeven. Op instructies van de ontvoerders heeft hij de avond van 24 mei 2006 een bedrag gedropt op een door de ontvoerders aangegeven plaats. Aldaar werd het geld gevonden door een toevallige voorbijganger voordat de ontvoerders het geld konden oppikken. Uit telling door de politie blijkt dat het gaat om een bedrag van in totaal € 95.950,--.
In het kader van zijn verklaringen afgelegd tegenover de politie, heeft [geklaagde] omtrent de herkomst van het geld verkaard dat hij dit op de avond van de dropping heeft geleend van vrienden wiens namen hij niet wil noemen, omdat het om zwart geld zou gaan.
Twee van de ontvoerders zijn door de rechtbank te Breda veroordeeld. [geklaagde] is als getuige gehoord. Daarbij heeft [geklaagde] onder ede bevestigd dat het door hem geleende geld zwart geld is. Of het hier gaat om door misdrijf verkregen geld of geld dat niet van misdrijf afkomstig is maar waarover geen belastingen en premies zijn afgedragen, is niet verduidelijkt.
De Officier van Justitie heeft geweigerd het geld aan [geklaagde] terug te geven, omdat het om van misdrijf afkomstig geld gaat. Desgevraagd is ter zitting medegedeeld dat tegen [geklaagde] de verdenking bestaat van witwassen, maar dat terzake die verdenking geen beslag is gelegd en dat op het geld alleen beslag rust ex art. 94 Sv, gelegd in de ontvoerings- en afpersingszaak.
Waar de strafzaak tegen (twee van) de ontvoerders door de rechtbank is afgedaan en daar met handhaving van het beslag in die zaak geen strafvorderlijk belang meer is gediend, kan het in beslag genomen geld worden teruggegeven. Op de voet van art. 116 Sv, zou teruggave moeten geschieden aan degene onder wie het geld in beslag is genomen. Nu duidelijk is dat de betreffende persoon (de toevallige voorbijganger) niet de rechthebbende is op het geld, moet beoordeeld worden wie wel rechthebbende is.
Voorzover de Officier van Justitie heeft willen betogen dat de vrienden van Wie [geklaagde] het geld heeft geleend, de rechthebbenden zijn, wordt dat standpunt verworpen. Rechthebbende is de lener, die immers gerechtigd is om over het geld te beschikken.
Op grond van vorenstaande en waar niet gebleken is van enig ander strafvorderlijk beslag dat zich tegen teruggave aan [geklaagde] verzet, zal de rechtbank de terugave aan [geklaagde] gelasten.
3. De beslissing.
De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de op 24 mei 2006 in beslag genomen gelden die door [geklaagde] op die dag zijn gedropt in de zaken met parketnummers 811441-06, 811453-06, 811477-06 en 811478-06.
Deze beslissing is op 18 april 2007 gegeven door mr.Kooijman, rechter, in tegenwoordigheid van Van Gastel, griffier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2007 door mr. Kooijman voornoemd.

