Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA3320

Datum uitspraak2007-04-12
Datum gepubliceerd2008-03-17
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Groningen
Zaaknummers182276
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging als bedoeld in art. 2 Wet BOPZ, tot verder verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis toegewezen.
Extra zorg in de thuissituatie is niet voldoende voor de onverwachte uitingen van de geestelijke stoornis van betrokkene. Betrokkene geeft geen blijk van de nodige bereidheid zich in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen.


Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN Sector Civielrecht Zaaknr.: 182276 93413 Fark 07-694 beschikking d.d. 12 april 2007 van de Rechtbank Groningen naar aanleiding van het door de officier van justitie op 6 april 2007 ingediende verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging om: de heer A, verder te noemen betrokkene, verder te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis. PROCESGANG Bij het verzoek is overgelegd een geneeskundige verklaring. Tevens is overgelegd een behandelingsplan en een bericht over de staat van uitvoering daarvan. De rechtbank heeft op 12 april 2007 de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door mr. P.T. Bakker, raadsman van betrokkene, - [...], psychiater, verbonden aan Lentis/Dignis, locatie Winschoten, - [...], verpleegkundige. RECHTSOVERWEGINGEN Uit de geneeskundige verklaring en het verhoor is gebleken dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens. Er is sprake van een bipolaire stoornis in combinatie met progressief cognitief functieverlies (waarschijnlijk op basis van multi infarct brein). De raadsman heeft gepleit voor afwijzing van het verzoek omdat betrokkene naar verwachting thuis kan verblijven indien aldaar meer zorg wordt geregeld. De rechtbank is van oordeel dat vast is komen te staan dat deze stoornis betrokkene gevaar doet veroorzaken voor zichzelf en voor anderen. Betrokkene overschat eigen kunnen en heeft geen inzicht in zijn beperkingen. Vooral niet wanneer ontremd wanneer de apraxie juist toeneemt. Betrokkene heeft impulscontrole problemen met verbale maar ook fysiek agressieve uitbarstingen. Betrokkene heeft geen inzicht in de beperkingen die echtgenote heeft door een recent CVA. Extra zorg in de thuissituatie zou afdoende kunnen zijn voor de zorgen met betrekking tot de fysieke gezondheid van betrokkene en zijn echtgenote echter niet voor de onverwachte uitingen van de geestelijke stoornis. Gebleken is voorts, dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Betrokkene geeft geen blijk van de nodige bereidheid zich in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. BESLISSING De rechtbank: verleent een voorlopige machtiging als bedoeld in art. 2 Wet Bopz, welke machtiging de bevoegdheid geeft om betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te doen verblijven tot en met 11 oktober 2007. Deze beschikking is gegeven door K.R. Bosker, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2007.