Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA3571

Datum uitspraak2007-04-18
Datum gepubliceerd2007-04-24
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/1340 WW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Niet-ontvankelijk verklaring van het beroep. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van het besluit, geen geschil meer.


Uitspraak

06/1340 WW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2006, 05/4124 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 18 april 2007. I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. dr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. De Raad heeft het Uwv bij brief van 20 november 2006 enkele vragen gesteld. Bij brief van 28 november 2006 heeft het Uwv de Raad een afschrift van zijn besluit van 28 november 2006 toegezonden. Bij schrijven van 14 december 2006 heeft mr. Dayala, voornoemd, desgevraagd gereageerd. Partijen hebben toestemming gegeven een behandeling ter zitting achterwege te laten. II. OVERWEGINGEN Met het besluit van 28 november 2006 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellante beslist. Dit besluit komt geheel tegemoet aan het beroep van appellante. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van het besluit, geen geschil meer. Derhalve heeft appellante geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante, welke kosten worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, totaal derhalve € 1.610,--. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.610,-- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad; Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante betaalde griffierecht van € 140,-- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 april 2007. (get.) M.A. Hoogeveen. (get.) M.D.F. de Moor.