Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA4368

Datum uitspraak2007-03-16
Datum gepubliceerd2007-05-03
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers2200433806
Statusgepubliceerd


Indicatie

Mensensmokkel. Uitleg van het bestanddeel “behulpzaam zijn bij”. Voor zover de vervolging ter zake van het onder 1 tenlastegelegde blijkens de zinsnede “of in Bangladesh en/of in Thailand, in elk geval (elders) in het buitenland” is gericht op niet, althans niet mede in Nederland gepleegde feiten, is het openbaar ministerie in zijn vervolging van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Beroep op gelijkheidsbeginsel verworpen.


Uitspraak

Rolnummer: 22-004338-06 Parketnummer(s): 12-715007-06 Datum uitspraak: 16 maart 2007 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Middelburg van 21 juni 2006 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Bangladesh) op [geboortedag] 1975, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, thans uit anderen hoofde verblijvende in Uitzetcentrum Detentieboten Merwehaven, Detentie Boot 1 te Rotterdam. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 maart 2007. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd. De vordering wijziging tenlastelegging is abusievelijk in de kop een vordering nadere omschrijving genoemd, doch dient, mede gezien het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg op 8 juni 2006, als vordering wijziging tenlastelegging te worden aangemerkt. Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent het inbeslaggenomene als vermeld in het vonnis. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het openbaar ministerie ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde (partieel) niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte dient te worden verklaard, om redenen als in haar pleitnota vermeld. In het kort komt het op het volgende neer. Ter zake van het onder 1 tenlastegelegde zou het grootste en meest relevante deel van de feitelijke gedragingen in het buitenland zijn gepleegd, terwijl slechts verdachtes handelingen op Schiphol onder de vervolgingsmacht van het Nederlandse openbaar ministerie zouden vallen. Ter zake van het onder 2 tenlastegelegde zou het openbaar ministerie bij de beslissing tot vervolging van de verdachte in strijd met het gelijkheidsbeginsel hebben gehandeld, omdat de andere zes vreemdelingen die de valse zeemansboekjes gebruikten niet ter zake van dat feit vervolgd zijn. Het hof overweegt met betrekking tot de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging ter zake van feit 1 het volgende. Nu vaststaat dat de verdachte de Bengaalse en niet tevens de Nederlandse nationaliteit bezit en zich geen van de overige situaties, als voorzien in de te dezen relevante bepalingen van titel I van het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht voordoet, wordt de omvang van de werking van de Nederlandse strafwet in casu bepaald door artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Ingevolge artikel 2 Sr is de Nederlandse strafwet toepasselijk op een ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Indien naast in ook buiten Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd, is op grond van de hiervoor genoemde wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van de van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden. Dat brengt met zich dat, voor zover de vervolging ter zake van het onder 1 tenlastegelegde blijkens de zinsnede “of in Bangladesh en/of in Thailand, in elk geval (elders) in het buitenland” is gericht op niet althans niet mede in Nederland gepleegde feiten, het openbaar ministerie in zijn vervolging van de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en dat het verweer voor het overige wordt verworpen. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging ter zake van feit 2 stelt het hof voorop dat het openbaar ministerie op grond van artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering een discretionaire bevoegdheid heeft met betrekking tot de beslissing of in een bepaald geval strafvervolging moet worden ingesteld. Die bevoegdheid vindt zijn begrenzing in onder meer het verbod van willekeur. In de onderhavige zaak werd de verdachte reeds verdacht van mensensmokkel (artikel 197a Sr, feit 1), alvorens hem feit 2 bij een wijziging tenlastelegging werd tenlastegelegd. Uit de akte instellen hoger beroep, noch uit de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep blijkt dat het hoger beroep mede gericht is tegen de tussenbeslissing waarin de wijziging tenlastelegging door de rechtbank toelaatbaar werd geacht. Gezien de verdenking jegens de verdachte van het hem onder 1 tenlastegelegde, was diens rol al niet meer vergelijkbaar met die van de overige zes aangehouden vreemdelingen. Het gelijkheidsbeginsel is om die reden niet geschonden. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: (zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt) Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Voor zover de raadsvrouw heeft bedoeld in hoger beroep aan te voeren dat de aan de verdachte onder 1 verweten feitelijke handelingen niet kunnen leiden tot de conclusie dat er sprake is van strafbaar handelen in de zin van artikel 197a van het Wetboek van Stafrecht, overweegt het hof het volgende. Vooropgesteld moet worden dat op grond van de wettekst en de wetsgeschiedenis artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht ook degenen kunnen worden gestraft die een ander enkel behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland. Het bestanddeel “behulpzaam zijn bij” dient te worden uitgelegd als in artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht: het gaat er dus om of de betrokkene het verkrijgen van toegang tot Nederland van de vreemdeling op enigerlei wijze bevordert of gemakkelijk maakt. De ten laste van de verdachte bewezenverklaarde feitelijkheden, door hemzelf en/of door zijn mededader verricht, in onderlinge samenhang bezien, hebben voor de in de bewezenverklaring genoemde personen daadwerkelijk het verkrijgen van toegang tot Nederland bevorderd en gemakkelijk gemaakt. Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde: Medeplegen van mensensmokkel. Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde: Opzettelijk een vals geschrift, dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, behoudens ten aanzien van de in dat vonnis opgelegde straf. Te dien aanzien heeft de advocaat-generaal een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, gevorderd. Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte is met een ander betrokken geweest bij mensensmokkel van zes Bengaalse vreemdelingen en heeft in dat kader onder meer valse reisdocumenten – zogenaamde zeemansboekjes – aan de Koninklijke Marechaussee te Schiphol overhandigd teneinde een collectief visum te verkrijgen. De verdachte heeft aldus het vreemdelingen-beleid van de Nederlandse overheid en het vertrouwen dat in documenten als vorenbedoeld dient te kunnen worden gesteld ondermijnd. Het hof is van oordeel dat een gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt. Beslag Ten aanzien van de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen: - 1. 1.00 STK Boek nr.C/0/3021, een zeemansboekje (Bangladesh), - 4. 1.00 STK Vliegticket EVA AIR 695 4401358567 4 enkele reis dhaka-bangkok-amsterdam, - 6. 19.00 STK Papier ADM.BESCHEIDEN tel.nrs.,visite krt., personage in italie, south asi, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu het voorwerpen betreft met behulp van welke het onder 1 bewezenverklaarde is begaan. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven VISUM (BNL0062087 origineel aan/afmonstering vbs procesnr.74255 is geann. iom ind op 03012006), volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zal tevens verbeurd worden verklaard, nu het een voorwerp is dat tot het begaan van het onder 1 bewezenverklaarde is bestemd. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven zeemansboekjes, met betrekking tot welke het onder 2 bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet. Ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag van EUR 1.790,= zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten. Ten aanzien van navermelde inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 197a(oud) en 225 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde voor zover deze vervolging blijkens de zinsnede “of in Bangladesh en/of in Thailand, in elk geval (elders) in het buitenland” is gericht op niet althans niet mede in Nederland gepleegde feiten. Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert. Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden. Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd: 1. 1.00 STK Boek nr.C/0/3021, een zeemansboekje (Bangladesh), 4. 1.00 STK Vliegticket EVA AIR 695 4401358567 4 enkele reis dhaka-bangkok-amsterdam, 6. 19.00 STK Papier ADM.BESCHEIDEN tel.nrs.,visite krt., personage in italie, south asi, en 7. 1.00 STK VISUM BNL0062087 origineel aan/afmonstering vbs procesnr.74255 is geann. iom ind op 03012006. Verklaart onttrokken aan het verkeer: 9. 1.00 STK Boek ZEEMANSBOEKJE C/0/3014 land Bangladesh, 13. 1.00 STK Boek ZAAMANSBOEKJE land Bangladesh, 19. 1.00 STK Boek ZEEMANSBOEKJE land Bangladesh, 22. 1.00 STK Boek ZEEMANSBOEKJE land Bangladesh, 25. 1.00 STK Boek ZEEMANSBOEKJE land Bangladesh, en 28. 1.00 STK Boek ZEEMANSBOEKJE land Bangladesh. Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: 8. Geld Nederlands - 16 stuks waarde 1790.00 EURO. Gelast de teruggave aan de verdachte van: 2. 1.00 STK Telefoontoestel SONY mobiel type CMD-170 3. 2.00 STK Kaart ZEEKAARTEN 5 8.00 STK Foto - negatief is bijgesloten 10. 1.00 STK Adresboek Kl:bruin - opschrift biman bangladesh airlines etc. Dit arrest is gewezen door mr. L.A.J.M. van Dijk, mr. J.A. van Kempen en mr H.G. Punt, in bijzijn van de griffier mr. B.A.A. Postma. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 maart 2007.