
Jurisprudentie
BA4521
Datum uitspraak2007-02-07
Datum gepubliceerd2007-05-07
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers355239
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-05-07
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers355239
Statusgepubliceerd
Indicatie
Incidentele vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten afgewezen op grond van artikel V lid 1 Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika van 27 maart 1956 en artikel 5 van het daarbij behorende protocol.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 355239 / HA ZA 06-3549
Vonnis in incident van 7 februari 2007
in de zaak van
de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika
VIDEOHELPER INC.,
gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
procureur mr. M.T.M. Koedooder,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TOP FORMAT MUSIC LICENSING B.V.,
gevestigd te Haarlem,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
procureur mr. M. Leopold.
Partijen zullen hierna Videohelper en Top Format genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot zekerheidstelling ex artikel 224 Rv
- de incidentele conclusie van antwoord.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1. Top Format vordert bij incidentele conclusie dat Videohelper veroordeeld zal worden tot het stellen van zekerheid voor de door Top Format te maken proceskosten. Videohelper voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.2. Top Format grondt haar vordering op art. 224 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv), en stelt dat er, nu Videohelper in de Verenigde Staten gevestigd is, aanleiding is voor een veroordeling tot het stellen van zekerheid voor proceskosten. Videohelper verweert zich primair door te wijzen op art. 224 lid 2 sub a Rv, en in samenhang daarmee, op het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika van 27 maart 1956 (Trb 1956/40).
2.3. Dit verweer slaagt. Uit artikel V lid 1 van dit verdrag in verbinding met artikel 5 van het bij het verdrag behorend protocol vloeit voort dat onderdanen en vennootschappen van de Verenigde Staten in Nederland vrijgesteld zullen zijn van het storten van een waarborgsom voor proceskosten. Niet tussen partijen betwist is, dat Videohelper een in de Verenigde Staten gevestigde vennootschap is, zodat vaststaat dat de bedoelde bepalingen van het verdrag op de betrekkingen tussen partijen van toepassing zijn. De incidentele vordering moet worden afgewezen.
2.4. Nu het primaire verweer van Videohelper doel treft, behoeven haar overige weren geen behandeling.
2.5. Top Format zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1. wijst het gevorderde af,
3.2. veroordeelt Top Format in de kosten van het incident, aan de zijde van Videohelper tot op heden begroot op EUR 384,00,
in de hoofdzaak
3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 21 maart 2007 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.V.T. de Bie en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2007.?

