Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA5425

Datum uitspraak2007-05-09
Datum gepubliceerd2007-05-22
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/3030 WW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Geheel tegemoetgekomen aan bezwaar.


Uitspraak

06/3030 WW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2006, 05/3061 WW (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en [betrokkene], (hierna: betrokkene). Datum uitspraak: 9 mei 2007. I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Betrokkene is niet verschenen. Ter zitting is het onderzoek geschorst. Bij brief van 3 april 2007 heeft appellant de Raad een nieuw besluit op bezwaar van dezelfde datum doen toekomen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. II. OVERWEGINGEN Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het besluit op bezwaar van 8 december 2004 vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen. Blijkens voormeld besluit van 3 april 2007, waarbij overigens geheel wordt tegemoetgekomen aan het bezwaar van betrokkene, wordt het besluit van 8 december 2004 niet gehandhaafd. Dit heeft tot gevolg dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Van aan de zijde van betrokkene gevallen, voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de Raad niet gebleken. Gezien het vorenstaande dient te worden beslist als volgt. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak; Bepaalt dat van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een recht van € 428,-- wordt geheven. Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen als voorzitter. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J. Rentmeester als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2007. (get.) M.A. Hoogeveen. (get.) A.J. Rentmeester.