Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA5587

Datum uitspraak2006-11-01
Datum gepubliceerd2007-05-23
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers599114 \ CV EXPL 06-4784
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Toewijzing vordering declaraties advocatenkantoor. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de aan de declaraties gehechte, aannemelijk voorkomende specificaties. De kantonrechter gaat daarom aan het verweer, als onvoldoende gemotiveerd, voorbij.


Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector kanton - locatie Leiden rl rolnr. 599114 CV EXPL 06-4784 datum: 1 november 2006 Vonnis in de zaak van: de besloten vennootschap [A.] Advocaten B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [plaats], eisende partij, gemachtigde: Dw. W.G.J. Janssen, tegen [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde partij, procederend in persoon. Partijen worden aangeduid als "[A.]" en "[gedaagde]". Procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: - de dagvaarding van 17 juli 2006 met producties, - de aantekening van het mondelinge antwoord, - de conclusie van repliek met producties, - de conclusie van dupliek. Geschil [A.] vordert betaling van haar declaraties d.d. 3 februari 2005 ad € 162,45; 15 maart 2005 ad € 142,15; 7 april 2005 ad € 243,68 en 9 mei 2005 ad € 81,23, derhalve in totaal € 629,50 wegens verleende rechtsbijstand. Daarenboven vordert zij buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten. Bij brief van 1 februari 2005 heeft zij na een bespreking met [gedaagde] aan hem bevestigd dat zij een alimentatiegeschil in behandeling zal nemen, dat haar uurtarief € 195,00 exclusief BTW en 5% kantoorkosten bedraagt en dat zij een voorschot van € 750,00 vraagt. Bij brief van 21 april 2005 heeft zij haar werkzaamheden opgeschort omdat nog geen enkele declaratie was betaald. [gedaagde] acht de urenverantwoording ongeloofwaardig en wil een specificatie van de verrichte werkzaamheden. Hij kan maar één datum controleren. Brieven, vermeld in de urenspecificaties die aan de declaraties waren gehecht, heeft hij nooit gezien. Bij brief van 7 mei 2005 heeft hij geschreven: "Het spijt mij u te berichten dat ik niet langer gebruik kan maken van uw diensten. Voor u betrokken bij de dagelijkse praktijk moet duidelijk zijn wat er gaande is. Er is geen enkel tastbaar resultaat van uw optreden, zelfs niet een gesprek. Dit betreur ik zeer. Daarnaast ontbreken mij de middelen". In antwoord op een sommatie van de incassogemachtigde van [A.] heeft [gedaagde] op 17 september 2005 geschreven: "Het spijt mij dat [A.] advocaten een inadequate vordering gestand doet. Graag zou ik dit nogmaals toelichten. Hoogachtend". Bij dupliek voert [gedaagde] nog aan dat het eerste gesprek kosteloos zou behoren te zijn. Beoordeling Het verweer (noch [gedaagde]s brieven van 7 mei en 17 september 2005) vermeldt niet waarom de voorschotdeclaratie van 27 januari 2005 onbetaald is gelaten, tenzij de verklaring voor dit verzuim moet worden gelezen in de laatste woorden van [gedaagde]s brief van 7 mei 2005: "Daarnaast ontbreken mij de middelen". Uiteraard geeft het geen pas een advocaat een opdracht te verstrekken indien men vooraf weet dat men de daaraan verbonden kosten niet zal kunnen betalen. Hierbij is van belang dat in het eerste gesprek aan de orde is geweest dat [A.] alleen betalende cliënten aannam en een voorschot vroeg, hetgeen de brief van 1 februari 2005 bevestigt en [gedaagde] niet weerspreekt. Nu [gedaagde] het redelijke en gebruikelijke voorschot - dat inmiddels is achterhaald door bovengenoemde declaraties - zonder redelijke verklaring onbetaald heeft gelaten op een moment, dat er nog geen enkele (in dit geding gestelde of gebleken) reden was om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de verleende en vooral nog te verlenen rechtsbijstand, en [gedaagde] bovendien zijn ongemotiveerde bezwaren voor het eerst kenbaar heeft gemaakt nadat [A.] haar werkzaamheden reeds zelf had opgeschort vanwege de tekortkoming van [gedaagde], behoren aan zijn bezwaren op zijn minst hoge motiveringseisen te worden gesteld, zo deze bezwaren al ernstig genomen moeten worden. Die motivering ontbreekt echter, zodat de kantonrechter geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de juistheid van de aan de declaraties gehechte, aannemelijk voorkomende specificaties. De kantonrechter gaat daarom aan het verweer, als onvoldoende gemotiveerd, voorbij. Het op het laatst nog aangevoerde, nieuwe argument dat het eerste gesprek kosteloos zou moeten zijn vindt geen steun in enige rechtsregel, in ieder geval niet in een situatie als de onderhavige, waarin dat gesprek resulteert in een opdracht. Indien zou zijn overeengekomen dat het eerste gesprek kosteloos was - hetgeen [gedaagde] niet stelt - had het op zijn weg gelegen direct te protesteren tegen de eerste maanddeclaratie, waarin dat gesprek van 20 minuten duidelijk gespecificeerd is. Ook dat heeft [gedaagde] niet gedaan, zodat het er voor mag worden gehouden dat [gedaagde] ook die eerste declaratie als correct heeft beschouwd. De vordering wordt derhalve toegewezen met veroordeling van [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten. Beslissing De kantonrechter: - veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A.] te betalen € 779,50, vermeerderd met de contractuele rente over € 629,50 vanaf 17 juli 2006 tot aan de dag der algehele voldoening; - veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van [A.] begroot op € 420,32, waaronder begrepen € 200,00 voor gemachtigdensalaris, onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde BTW; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; - wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. R.T. van Leeuwen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2006.