Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA6151

Datum uitspraak2006-05-11
Datum gepubliceerd2007-05-31
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers15/500358-06
Statusgepubliceerd


Indicatie

Invoer; koerier.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM VESTIGING SCHIPHOL SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: 15/500358-06 Uitspraakdatum: 11 mei 2006 Tegenspraak VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 april 2006 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in P.I. Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 02 maart 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondge-bied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2503,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Bewijs De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan in dier voege dat: hij op 02 maart 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 2503,6 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4. Strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10, vierde lid van de Opiumwet. 5. Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar. 6. Motivering van de sancties 6.1 Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft het tenlastegelegde feit bewezen geacht en gevorderd dat de rechtbank de verdachte veroordeelt tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Met betrekking tot het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte in beslag geno-men visum en de mobiele telefoon worden geretourneerd aan verdachte en dat de overige goederen opgenomen op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, verbeurd worden verklaard. 6.2 Hoofdstraf Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van ongeveer 2,5 kilogram van een materiaal bevatten-de cocaïne. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft met name rekening gehouden met het feit dat verdachte in een co-ouderschap medeverantwoordelijk is voor de opvoeding van zijn nog minderjarige kinderen. Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd opdat verdachte ervan wordt weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan. 6.3 Verbeurdverklaring De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een vliegticket, claimtag, bagagelabel en koffer, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van die voorwerpen is begaan. 7. Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: 14a, 14b, 14c, 33, 33a van het Wetboek van Strafrecht. 2, 10 van de Opiumwet. 8. Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aan-genomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJFTIEN (15) MAANDEN. Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot VIJF (5) MAANDEN, NIET TEN UITVOER zal worden gelegd. De rechtbank stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar. Bepaalt dat de tenuitvoerlegging van dit voorwaardelijke gedeelte kan worden gelast indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechte-nis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de thans opgelegde ge-vangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd: 3 1.00 STK Claimtag, SURINAM AIRWAYS 0192 PY 519458 5 1.00 STK Koffer Kl:zwart, TRAVELLERS CLUB 9 1.00 STK Label, SURINAM AIRWAYS bagage 0192 PY 519458 10 1.00 STK Diverse, SURINAM AIRWAYS ticket 0192 5265874967 Gelast de teruggave aan verdachte van: 2 1.00 STK Visum, SURINAME kaart 4 1.00 STK Telefoontoestel Kl:meerkleurig, NOKIA 9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. Greuter, voorzitter, mrs. Verpalen en Kronenberg, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Antonos, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 mei 2006. Mr Kronenberg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen