Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA6872

Datum uitspraak2007-05-22
Datum gepubliceerd2007-06-12
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/2835 WWB
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzoek om herziening uitspraak afgewezen.


Uitspraak

06/2835 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van: [verzoeker] (hierna: verzoeker), om herziening van de uitspraak van de Raad van 18 april 2006, 05/6095 in het geding tussen: verzoeker en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle (hierna: College) Datum uitspraak: 22 mei 2007 I. PROCESVERLOOP Verzoeker heeft gevraagd om herziening van de door de Raad op 18 april 2006 gegeven uitspraak. Het College heeft een reactie op het verzoek aan de Raad gezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 april 2007. Verzoeker is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van den Brug, werkzaam bij de gemeente Zwolle. II. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 8:88 van de Awb in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Bij uitspraak van 29 november 2005 heeft de Raad het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 19 juli 2005, 05/870 en 05/871, niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep. Bij de uitspraak waarvan herziening is gevraagd heeft de Raad het verzet tegen de uitspraak van 29 november 2005 ongegrond verklaard. De Raad is van oordeel dat de gronden die verzoeker in zijn verzoekschrift heeft aangevoerd, niet kunnen worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Dat verzoeker was gedetineerd op de datum waarop de hiervoor genoemde uitspraak van de rechtbank Zwolle aan hem werd verzonden, heeft hij immers reeds naar voren gebracht in zijn verzetschrift tegen de uitspraak van de Raad van 29 november 2005. De Raad is daarop ook ingegaan in zijn uitspraak van 18 april 2006. Het rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld voor een heropening van de discussie. Het verzoek om herziening dient daarom te worden afgewezen. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Wijst het verzoek om herziening af. Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter, en G. van der Wiel en A.B.J. van der Ham als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. van Ommen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2007. (get.) C. van Viegen. (get.) S. van Ommen.