Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA7049

Datum uitspraak2007-06-13
Datum gepubliceerd2007-06-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200700246/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 31 mei 2005 heeft appellant een aanvraag van [wederpartij] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.


Uitspraak

200700246/1. Datum uitspraak: 13 juni 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Raad voor Rechtsbijstand 's-Gravenhage, appellant, tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/6444 van de rechtbank 's-Gravenhage van 29 november 2006 in het geding tussen: [wederpartij], wonend te [woonplaats], en appellant. 1.    Procesverloop Bij besluit van 31 mei 2005 heeft appellant een aanvraag van [wederpartij] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen. Bij besluit van 4 augustus 2005 heeft appellant het door mr J.L.A.M. le Cocq d'Armandville (hierna: de advocaat) daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 29 november 2006, verzonden op 4 december 2006, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door voornoemde [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 januari 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. Bij brief van 6 februari 2007 heeft de advocaat van antwoord gediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 mei 2007, waar appellant, vertegenwoordigd door M.A.H. de Pagter, secretaris van de Commissie Bezwaar en Beroep van de Raad voor Rechtsbijstand 's-Gravenhage, is verschenen. Overwegingen 2.1.    Appellant betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat de advocaat namens zijn cliënt, [wederpartij] (hierna: de cliënt) bezwaar heeft gemaakt, heeft miskend dat het bezwaarschrift namens de advocaat door de secretaresse is ondertekend. 2.2.    Het betoog slaagt. In het bezwaarschrift heeft de advocaat op eigen naam bezwaar gemaakt, nu daarin staat: "maak ik bezwaar", "De reden van mijn bezwaar", en "Bij deze verzoek ik u". Bovendien staat de naam van de advocaat onder het bezwaarschrift en is het namens hem door diens secretaresse ondertekend. Dat het gemaakte bezwaar omstandigheden betreft die de cliënt aangaan, maakt dit niet anders. Dat de advocaat naderhand heeft gesteld dat hij in opdracht van de cliënt heeft gehandeld, doet dat evenmin. 2.3.    De conclusie is dat de rechtbank het beroep ten onrechte niet niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat geen grond bestaat voor het oordeel dat de cliënt redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij tegen de afwijzing geen bezwaar heeft gemaakt. 2.4.    Het beroep van de Raad is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 2.5.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken. 3.    Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I.    verklaart het hoger beroep gegrond; II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 29 november 2006 in zaak no. AWB 05/6444; III.    verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat. w.g. Loeb                                   w.g. Groenendijk Lid van de enkelvoudige kamer               ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2007 164-554.