Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA7090

Datum uitspraak2007-06-13
Datum gepubliceerd2007-06-13
RechtsgebiedBouwen
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200607232/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 8 februari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel (hierna: het college) geweigerd appellant vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een rijhal met paardenboxen op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).


Uitspraak

200607232/1. Datum uitspraak: 13 juni 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats] tegen de uitspraak in zaak no. 05/1231 van de rechtbank Leeuwarden van 23 augustus 2006 in het geding tussen: appellant en het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel. 1.    Procesverloop Bij besluit van 8 februari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wûnseradiel (hierna: het college) geweigerd appellant vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het oprichten van een rijhal met paardenboxen op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel). Bij besluit van 14 juni 2005 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 augustus 2006, verzonden op 24 augustus 2006, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij ongedateerde brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 oktober 2006, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. Bij brief van 11 december 2006 heeft het college van antwoord gediend. Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 mei 2007, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S. Lemstra, ambtenaar van de gemeente is verschenen. 2.    Overwegingen 2.1    Appellant herhaalt in hoger beroep hetgeen hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. Hetgeen appellant betoogt kan niet leiden tot het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid heeft kunnen weigeren vrijstelling te verlenen en als gevolg daarvan verplicht was de gevraagde bouwvergunning te weigeren. 2.2    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.3    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3.    Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat. w.g. Van den Brink                         w.g. Steinebach-de Wit Lid van de enkelvoudige kamer              ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2007 328-552.