Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA8086

Datum uitspraak2007-06-15
Datum gepubliceerd2007-06-27
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/6880 WTS
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege onverschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.


Uitspraak

06/6880 WTS Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 november 2006, 05/1449 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep) Datum uitspraak: 15 juni 2007 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft bij schrijven van 4 december 2006 (met bijlagen) hoger beroep ingesteld. De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2007. Appellant is in persoon verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. drs. K. Meijer. II. OVERWEGINGEN Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de IB-Groep van 20 april 2005. Het besluit bevat geen bezwaarclausule. Gelet op het bepaalde in artikel 6:7, gelezen in combinatie met artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de termijn om een bezwaarschrift in te dienen in dit geval begonnen op 21 april 2005 en liep deze tot en met 1 juni 2005. Het bezwaarschrift van appellant is gedateerd op 13 juni 2005. Bij besluit van 13 oktober 2005 (bestreden besluit) heeft de IB-Groep het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard vanwege onverschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en hiertoe - samengevat - overwogen dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank heeft hierbij gewezen op vaste jurisprudentie van de Raad waarin bepaald is dat het enkele ontbreken van rechtsmiddelenvoorlichting onvoldoende is om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Van bijkomende omstandigheden is de rechtbank niet gebleken. In hoger beroep heeft appellant enkel inhoudelijke gronden aangevoerd en heeft hij de Raad verzocht de zaak inhoudelijk te beoordelen. De Raad stelt zich volledig achter de overwegingen van de rechtbank. In hoger beroep zijn geen gronden ingediend gericht tegen het in de aangevallen uitspraak gegeven oordeel ter zake van de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift gedateerd 13 juni 2005. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking. Aan een inhoudelijke beoordeling door de Raad van het besluit van 20 april 2005 komt de Raad niet toe. Dit leidt ertoe dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2007. (get.) J. Janssen. (get.) M.C.T.M. Sonderegger.