Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA9512

Datum uitspraak2007-07-05
Datum gepubliceerd2007-07-13
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/7245 WUBO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Overschrijding verzetstermijn niet verschoonbaar.


Uitspraak

05/7245 WUBO Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen: [appellante], (hierna: appellante) en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster) Datum uitspraak: 5 juli 2007 I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 17 van de Beroepswet van 18 mei 2006 heeft de Raad het beroep namens appellante tegen het besluit van verweerster van 28 oktober 2005 niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is op 30 mei 2006 naar partijen verzonden. Tegen de uitspraak van de Raad van 18 mei 2006 heeft R.E. Mesker als gemachtigde van appellante verzet gedaan bij brief van 7 januari 2007. Het verzetschrift is op 9 januari 2007 bij de Raad ontvangen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 mei 2007 waar de gemachtigde van appellante R.E. Mesker is verschenen. Verweerster heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. OVERWEGINGEN Uit de, op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Awb, van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb volgt onder andere dat de termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken bedraagt. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan de belanghebbende is bekend gemaakt. Het verzetschrift is niet tijdig ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de verzettermijn ingediend verzetschrift blijft niet-ontvankelijkheid op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij schrijven van 19 januari 2007 is aan de gemachtigde van appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Uit hetgeen de gemachtigde van appelante schriftelijk heeft geantwoord en ter zitting heeft toegelicht, is de Raad niet gebleken van omstandigheden welke grond vormen het overschrijden van de verzettermijn te verontschuldigen. Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens als voorzitter en H.R. Geerling-Brouwer en G.F. Walgemoed als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2007. (get.) G.L.M.J. Stevens. (get.) J.P. Schieveen. HD 11.06