Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA9719

Datum uitspraak2007-07-17
Datum gepubliceerd2007-07-17
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/580494-06 en 06/801559-06 gevttz
Statusgepubliceerd


Indicatie

Gevangenisstraf van 5 jaren voor vijf gewapende overvallen, een verduistering in dienstbetrekking en een poging afdreiging.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/580494-06 en 06/801559-06 gevttz Uitspraak d.d.: 17 juli 2007 tegenspraak/ oip en dip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1986, wonende te [plaats], t[slachtoffer K] gedetineerd in het huis van bewaring te Arnhem-Zuid. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juli 2007. Ter terechtzitting gegeven beslissingen Ter terechtzitting zijn de volgende beslissingen gegeven: De vordering nadere omschrijving tenlastelegging (artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering) is toegewezen. Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij voormelde dagvaardingen tegen verdachte aangebrachte zaken. De tenlastelegging Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat: (06/580494-06) 1. hij op of omstreeks 19 december 2006, te Nulde, althans in de gemeente Putten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (1.400 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Jemie benzinestation en/of Gulf, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer A] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer A] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer A] heeft gezegd "Geld, geld" en/of "Al het geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 19 december 2006 te Nulde, althans in de gemeente Putten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (1.400 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Jemie benzinestation en/of Gulf, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer A] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer A] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer A] heeft gezegd "Geld, geld" en/of "Al het geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; (incident 1) art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 17 december 2006, te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (uit een kassalade) een hoeveelheid geld (195 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan TEM Nederland B.V./ Shell, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer B] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer B] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer B] heeft gezegd "Dit is een overval" en/of "Geen geintjes dit is een overval", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; (incident 2) art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht 3. hij op of omstreeks 17 december 2006, te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (200 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Tamoil, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer C] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer C] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer C] heeft gezegd "Geld kassa open, geld snel", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 17 december 2006 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (200 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Tamoil Harderwijk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer C], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer C] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer C] een pistool/wapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer C] heeft gezegd "Geld kassa open, geld snel", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; (incident 3) art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht 4. hij op of omstreeks 17 december 2006, te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer D] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E] en/of Texaco, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer D] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer D] een pistool/wapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer D] heeft gezegd "Geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of hij op of omstreeks 17 december 2006 te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E] en/of Texaco, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer D], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader met een bivakmuts over zijn gezicht/hoofd, het benzinestation is binnengegaan en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer D] heeft gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer D] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer D] heeft gezegd "Geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; (incident 4) art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht 5. hij op of omstreeks 13 december 2006, te Hierden, gemeente Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander het voornemen heeft gehad en heeft gepoogd om, tezamen en in vereniging met een ander en met het oogmerk om zich en/of ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer F] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan TEM Nederland BV / Shell, welke poging tot afpersing hieruit heeft bestaan dat hij – verdachte- en/of zijn mededader: - een auto voor de auto van die [slachtoffer F] hebben/heeft gezet en/of - (vervolgens) zijn/is uitgestapt en/of - naar de auto van die [slachtoffer F] zijn/is gelopen en/of - een pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer F] hebben/heeft gericht en/of - die [slachtoffer F] hebben/heeft vastgepakt en/of aan haar hebben/heeft gerukt en/of getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 13 december 2006, te Hierden, gemeente Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer F] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader opzettelijk dreigend een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer F] gericht en/of die [slachtoffer F] vastgepakt en/of aan haar gerukt en/of getrokken; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht (incident 5) 6. hij op of omstreeks 08 december 2006 te Zwartebroek, gemeente Barneveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [s[slachtoffer G] en/of [slachtoffer H] te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een bivakmuts over zijn/hun gezicht/hoofd, die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] op de hoek van het bankgebouw heeft/hebben opgewacht en/of (vervolgens) op die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] is/zijn toegerend/gelopen en/of een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer G] en/of op die [slachtoffer H] heeft/hebben gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerpheeft/hebben vastgehouden en/of tegen die van den Brink en/of die [slachtoffer H] heeft/hebben gezegd dat het een overval was en/of dat die [slachtoffer H] de goede code in moest drukken, althans woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 08 december 2006 te Zwartebroek, gemeente Barneveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer G] en/of [slachtoffer H], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met een bivakmuts over zijn/hun gezicht/hoofd, die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] op de hoek van het bankgebouw heeft/hebben opgewacht en/of (vervolgens) op die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] is/zijn toegerend/gelopen en/of een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer G] en/of op die [slachtoffer H] heeft/hebben gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer G] en/of die [slachtoffer H] heeft/hebben gezegd dat het een overval was en/of dat die [slachtoffer H] de goede code in moest drukken, althans woorden van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (incident 8) art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht 7. hij op of omstreeks 5 december 2006 te Ede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (500 euro) en/of een bankpas, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader de woning van die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] is/zijn binnengedrongen en/of (vervolgens) een pistool, althans een wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] heeft/hebben gericht, althans duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] een pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben vastgehouden en/of dat pistool/wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben doorgeladen en/of die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] heeft/hebben gedwongen naar beneden te gaan en/of een (slagers)mes van het aanrecht heeft/hebben gepakt en/of (vervolgens) aan die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] voorgehouden en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] heeft/hebben gezegd "Geld, ik wil geld" en/of "ik weet dat je boven geld hebt" en/of "ik moet je pinpas en de pincode hebben", althans woorden van soortgelijke aard of strekking ; (incident 10) art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht (06/801559-06) 1. hij op of omstreeks 27 januari 2006, te Barneveld, althans in Nederland, opzettelijk 100.000 Euro, in elk geval een hoeveelheid geld, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de SNS-bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geld verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als stagiair/medewerker cliëntenservice van voornoemde SNS-bank, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; art 321 Wetboek van Strafrecht art 322 Wetboek van Strafrecht 2. hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 16 januari 2006, te Barneveld en/of te Putten, althans in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim, [slachtoffer K] te dwingen tot afgifte van 50.000 Euro, althans een hoeveelheid geld, met welk voormeld oogmerk hij, verdachte, die [slachtoffer K] een (of meer) SMS-bericht(en) heeft gestuurd met daarin de tekst(en): "[slachtoffer K] luister goed heb bewijs hier liggen over je praktijken waar je mee bezig houdt wat de politie zeer interessant vind en je hele bedrijf naar de knoppen van kan gaan. Dus je komt maar met 50000 euro over de brug of anders gebruik ik het tegen je of als je niet wil betalen dan zul je er nog wel van ons horen als je dit wilt oplossen als ik niks hoor via sms dan ga ik vanuit dat je niet op inga" en/of "Mits wij niks van je te horen krijgen binnen 2 uur gaan wij over tot actie wat niet in je voordeel werkt" en/of "Wij blijven anoniem maar wat gaan we doen betalen of moeten we het maar aan de grote klok gaan hangen aan jou de keus maar het werkt niet in je voordeel dus ik ga niet lang wachten [slachtoffer K]", althans (telkens) woorden/sms'jes van soortgelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 318 lid 1 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak De officier van justitie heeft het onder 5 tenlastegelegde bewezen geacht en heeft daarbij de volgende bewijsmiddelen genoemd. Aangeefster [slachtoffer F] heeft verklaard over een Volkswagen Golf en over de passagier van die auto die een pistool op haar gericht heeft. De bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte], die verklaart dat hij het feit heeft gepleegd met verdachte. De verklaring van [verdachte] die het plegen van het feit ontkent maar wel toegeeft dat zijn auto bij het plegen van het feit gebruikt is. De officier van justitie hecht voorts meer geloof aan de verklaring van [medeverdachte], die zijn eigen rol toegeeft en acht de lezing van verdachte niet geloofwaardig. De raadsman heeft vrijspraak voor feit 5 bepleit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De officier van justitie heeft het onder 6 tenlastegelegde bewezen geacht en heeft daarbij de volgende bewijsmiddelen genoemd. De verklaringen van de slachtoffers, die over twee personen verklaren met bivakmutsen en een pistool en dat onder bedreiging van het pistool gezegd werd dat het alarm er af moest. De bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte], die verklaart dat hij het feit heeft gepleegd met verdachte. De prints van videobeelden waarop een van de daders een grijs vest draagt in combinatie met de wetenschap dat verdachte over een dergelijk vest beschikt. Een tweetal getuigen beschrijven één van de daders als een man met (donker)blond haar. De raadsman heeft vrijspraak voor feit 6 bepleit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 06/580494-06 sub 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt met betrekking tot de beide feiten dat de directe betrokkenheid van verdachte slechts zou kunnen blijken uit de verklaring van [medeverdachte]. Deze verklaring is ex artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering onvoldoende voor een bewezenverklaring. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 06/580494-06 sub 1, 2, 3, 4 en 7 en het onder parketnummer 06/801559-06 sub 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: (06/580494-06) 1. hij op 19 december 2006, te Nulde, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (1.400 euro), toebehorende aan Jemie benzinestation, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader met een bivakmuts over zijn hoofd, het benzinestation is binnengegaan en vervolgens een pistool op die [slachtoffer A] heeft gericht en tegen die [slachtoffer A] heeft gezegd "Geld, geld"; 2. hij op 17 december 2006, te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (uit een kassalade) een hoeveelheid geld (195 euro), toebehorende aan TEM Nederland B.V., welke diefstal werd voorafgegaan bedreiging met geweld tegen [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader met een bivakmuts over zijn hoofd, het benzinestation is binnengegaan en (vervolgens) een pistool op die [slachtoffer B] heeft gericht en tegen die [slachtoffer B] heeft gezegd "Dit is een overval" en "Geen geintjes dit is een overval"; 3. hij op 17 december 2006, te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (200 euro), toebehorende aan Tamoil, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte met een bivakmuts over zijn hoofd, het benzinestation is binnengegaan en (vervolgens) een pistool op die [slachtoffer C] heeft gericht, en tegen die [slachtoffer C] heeft gezegd "Geld kassa open, geld snel”; 4. hij op 17 december 2006, te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer D] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer E], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader met een bivakmuts over zijn hoofd het benzinestation is binnengegaan en (vervolgens) een pistool op die [slachtoffer D] heeft gericht en tegen die [slachtoffer D] heeft gezegd "Geld", althans woorden van soortgelijke aard of strekking; 7. hij op 5 december 2006 te Ede, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer I] en [slachtoffer J] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (500 euro) en een bankpas, toebehorende aan die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader de woning van die [slachtoffer I] en [slachtoffer J] zijn binnengedrongen en (vervolgens) een pistool op die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] hebben gericht en dat pistool hebben doorgeladen en die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] hebben gedwongen naar beneden te gaan en een (slagers)mes van het aanrecht hebben gepakt en (vervolgens) aan die [slachtoffer I] en/of [slachtoffer J] voorgehouden en tegen die [slachtoffer I] En/of [slachtoffer J] hebben gezegd "Geld, ik wil geld" en "ik weet dat je boven geld hebt" en "ik moet je pinpas en de pincode hebben”. (06/801559-06) 1. hij op 27 januari 2006, te Barneveld, opzettelijk 100.000 Euro, die toebehoorde aan de SNS-bank en welk geld verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van stagiair/medewerker cliëntenservice van voornoemde SNS-bank, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 2. hij op tijdstippen op16 januari 2006, te Barneveld of te Putten, telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met openbaring van een geheim, [slachtoffer K] te dwingen tot afgifte van 50.000 Euro, met welk voormeld oogmerk hij, verdachte, die [slachtoffer K] SMS-berichten heeft gestuurd met daarin de teksten: "[slachtoffer K] luister goed heb bewijs hier liggen over je praktijken waar je mee bezig houdt wat de politie zeer interessant vind en je hele bedrijf naar de knoppen van kan gaan. Dus je komt maar met 50000 euro over de brug of anders gebruik ik het tegen je of als je niet wil betalen dan zul je er nog wel van ons horen als je dit wilt oplossen als ik niks hoor via sms dan ga ik vanuit dat je niet op inga" en "Mits wij niks van je te horen krijgen binnen 2 uur gaan wij over tot actie wat niet in je voordeel werkt" en "Wij blijven anoniem maar wat gaan we doen betalen of moeten we het maar aan de grote klok gaan hangen aan jou de keus maar het werkt niet in je voordeel dus ik ga niet lang wachten [slachtoffer K]", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten las¬te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op de misdrijven: parketnummer 06/580494-06, feiten 1, 3, 4 en 7 telkens: afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen; feit 2: diefstal voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen; parketnummer 06/801559-06, feit 1: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft; feit 2: poging tot afdreiging, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel 1. De officier van justitie heeft oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar gevorderd. De officier van justitie heeft daarbij enerzijds rekening gehouden met de hoeveelheid ernstige feiten, de impact daarvan op slachtoffers en op de maatschappij, zijn proceshouding en het feit dat verdachte geen berouw heeft getoond en anderzijds met de omstandigheid dat verdachte first offender is voor dit soort feiten. 2. De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden en heeft verzocht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hij heeft daarbij aansluiting gezocht bij hetgeen de reclassering heeft geadviseerd. 3. Verdachte heeft zich vijf keer schuldig gemaakt aan kort gezegd gewapende overvallen tezamen en in vereniging met een ander, aan een verduistering in dienstbetrekking en een poging tot afdreiging. Verdachte en zijn mededader zijn steeds professioneel te werk gegaan en hebben slachtoffers van de overvallen onder schot gehouden met een pistool. In feit 7 is hij, samen met een mededader, zelfs in de nachtelijke uren een woning binnengedrongen en heeft aldaar een gewapende overval gepleegd met behulp van een pistool en een mes. 4. Verschillende personen zijn slachtoffer geworden van het strafbare handelen. Algemeen bekend is dat de psychische gevolgen van dergelijke gebeurtenissen ernstig en langdurig kunnen zijn. Verdachte en zijn mededader hebben zich op geen enkele wijze bekommerd over het welzijn van hun slachtoffers en hebben hun drang naar geldelijk gewin laten prevaleren. 5. Rekenkundig gezien kunnen de feiten de oplegging van een gevangenisstraf als door de officier van justitie gevorderd rechtvaardigen. Ook de rechtbank vindt een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats. Vanzelfsprekend houdt de rechtbank daarbij enerzijds rekening met wat verdachte door die explosie van gewapende overvallen in ongeveer anderhalve maand tijd heeft aangericht, maar dient zij anderzijds oog te hebben voor de omstandigheden van de verdachte. Zijn jeugdige leeftijd en niet relevante documentatie leiden de rechtbank tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. In beslag genomen voorwerpen De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan en/of voorbereid. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. Vordering tot schadevergoeding De benadeelde partij [slachtoffer C], [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummers] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.545,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijs¬middelen en hetgeen verder ter terecht¬zitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorde¬ring is voor toewijzing vatbaar. De benadeelde partij Tamoil Harderwijk/Tollengroep B.V., [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummers] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 320,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijs¬middelen en hetgeen verder ter terecht¬zitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorde¬ring is voor toewijzing vatbaar. Schadevergoedingsmaatregel Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte telkens op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van geldbedragen ten behoeve van genoemde slachtoffers. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 310, 312, 317, 318, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank beslist als volgt. Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 06/580494-06 sub 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/580494-06 sub 1, 2, 3, 4 en 7 en het onder parketnummer 06/801559-06 sub 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren. Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachto[slachtoffer C], [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummers], van een bedrag van € 1.545,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2006. Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd. Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer C], een bedrag te betalen van € 1.545,-, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 30 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt. Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Tamoil Harderwijk/Tollengroep B.V., [adres en plaats], bankrekeningnummer [nummers], van een bedrag van € 320,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd. Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Tamoil voornoemd, een bedrag te betalen van € 320,-, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt. Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: - een vest; - 2 handschoenen; - een telefoon Nokia; - een telefoon Sony Ericsson; - een zwarte sporttas. Aldus gewezen door mr. Van der Hooft, voorzitter, mrs. De Bie en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 juli 2007. Mr. Follender Grossfeld is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.