Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BB8799

Datum uitspraak2007-11-27
Datum gepubliceerd2007-11-27
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers19/830192-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank is, zonder de ernst van de mishandelingen, de wederrechtelijke vrijheidsberoving - welke overigens in casu van zeer beperkte omvang was - en de bedreiging van mevrouw [naam slachtoffer] ook maar enigszins te willen bagatelliseren, van oordeel dat de zwaarte van de aan verdachte op te leggen straf toch met name moet worden gezocht in het voorhanden hebben van de verboden wapens. Overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie wordt in artikel 55, derde lid onder a. van voornoemde Wet bedreigd met ten hoogste vier jaar gevangenisstraf, indien het feit betrekking heeft op een vuurwapen van categorie III. Verdachte hàd een vuurwapen van categorie III voorhanden: een vuurwapen in de vorm van een kogelgeweer met nota bene bijbehorende munitie.


Uitspraak

RECHTBANK ASSEN Sector strafrecht Parketnummer: 19/830192-07 Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 november 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1978, wonende te [woonplaats verdachte], thans gedetineerd in [plaats van detentie verdachte]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 13 november 2007. De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. E.P. Eujen, advocaat te Hoogeveen. De officier van justitie, mr. A.M. de Vries, acht hetgeen onder 1. subsidiair, 2., 3., 4. subsidiair, 5. en 6. is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: achttien maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Voorts verbeurd verklaring, onttrekking aan het verkeer of teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen. Tenlastelegging De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. hij op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of omstreeks de periode van 30 juli 2007 tot en met 1 augustus 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [naam slachtoffer], (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet in het gezicht en/of tegen het lichaam heeft geschopt en/of geslagen en of gestompt en/of bij de keel heeft vastgepakt en/of haar keel heeft dichtgeknepen en/of een kussen op haar gezicht heeft gedrukt en/of haar hoofd tegen een muur heeft gegooid/geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of omstreeks de periode van 30 juli 2007 tot en met 1 augustus 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld, (telkens) opzettelijk mishandelend zijn levensgezel [naam slachtoffer] in het gezicht en/of tegen het lichaam heeft geschopt en/of geslagen en/of gestompt en/of bij de keel heeft vastgepakt en/of haar keel heeft dichtgeknepen en/of een kussen op het gezicht heeft gedrukt en/of haar hoofd tegen een muur heeft gegooid/geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 2. hij op of omstreeks 31 juli 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld en/of te en in de gemeente Meppel, opzettelijk [naam slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met dat opzet de handen van die [naam slachtoffer], terwijl zij bij hem in de auto zat, heeft gekneveld met (grijze) tape en/of (vervolgens) haar meermalen in het gezicht gestompt en/of door zijn fysieke en/of psychische druk op die [naam slachtoffer] heeft voorkomen dat die [naam slachtoffer] kon vluchten; 3. hij op verschillende tijdstippen, althans op een tijdstip in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 1 augustus 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld, en/of te Staphorst, althans in Nederland, (telkens) [naam slachtoffer] (zijn partner) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 30 maart 23007, een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen haar hoofd gehouden/gericht en/of die [naam slachtoffer] daarbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; en/of op of omstreeks 29 juli 2007, althans in of omstreeks de maand juli 2007 een windbuks, althans een vuurwapen op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] gehouden/gericht en/of met een windbuks, althans een vuurwapen, ((zichtbaar) voor die [naam slachtoffer]) op de grond geschoten en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "ik schiet je neer" en/of ": ik maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 4. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 28 juli 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld, althans in het arrondissement Assen, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam slachtoffer] (zijn partner), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet die [naam slachtoffer], meermalen in het gezicht en/of tegen het lichaam heeft gestompt/geslagen en/of tegen het lichaam heeft getrapt/geschopt en/of met haar hoofd tegen de muur/muren heeft gegooid / geduwd en/of met een stok, althans met een slagvoorwerp tegen het lichaam heeft geslagen, en/of met een mes heeft bekrast/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 28 juli 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld, althans in het arrondissement Assen, (telkens) opzettelijk mishandelend [naam slachtoffer] (zijn partner), meermalen in het gezicht en/of tegen het lichaam heeft gestompt/geslagen en/of tegen het lichaam heeft getrapt/geschopt en/of met haar hoofd tegen de muur/muren heeft gegooid/geduwd en/of met een stok, althans met een slagvoorwerp tegen het lichaam heeft geslagen en/of met een mes heeft bekrast/geprikt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 5. hij op of omstreeks 1 augustus 2-007 te Uffelte, gemeente Westerveld, een of meer wapens van categorie III onder 1, te weten een alarmrevolver van het merk Rohm, kaliber 6 mm en/of een enkelloops kogelgeweer, merk BSA kaliber .22 LR, en/of munitie van categorie III, te weten patronen van kaliber .22 LR, en/of een of meer wapens van categorie II onder 6, te weten 17 pepperspray busjes (merk: Pfeffer KO FOG) voorhanden heeft gehad; 6. verdachte op of omstreeks 1 augustus 2007, te Uffelte, gemeente Westerveld, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram 4-hydroxyboterzuur (GHB), zijnde een middel vermeld op de bij de opiumwet behorende lijst II, onderdeel A; Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak De verdachte dient van het onder 1. primair en 4. primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit, evenals de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen acht. Bewijsmiddelen Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. subsidiair, 2., 3., 4. subsidiair, 5. en 6. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op een tijdstip in de periode van 30 juli 2007 tot en met 1 augustus 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld, opzettelijk mishandelend zijn levensgezel [naam slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden; 2. hij op 31 juli 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld of in de gemeente Meppel, opzettelijk [naam slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, door met dat opzet de handen van die [naam slachtoffer], terwijl zij bij hem in de auto zat, te knevelen met grijze tape; 3. hij op een tijdstip in de periode van 1 februari 2007 tot en met 1 augustus 2007 te Staphorst [naam slachtoffer] (zijn partner) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op 29 juli 2007 met een windbuks zichtbaar voor die [naam slachtoffer] op de grond geschoten en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd: ik maak je af, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 4. hij in de periode van 1 februari 2007 tot en met 28 juli 2007 te Uffelte, gemeente Westerveld opzettelijk mishandelend [naam slachtoffer] (zijn partner) tegen het lichaam heeft gestompt, waardoor deze pijn heeft ondervonden; 5. hij op 1 augustus 2-007 te Uffelte, gemeente Westerveld, wapens van categorie III onder 1, te weten een alarmrevolver van het merk Rohm, kaliber 6 mm en een enkelloops kogelgeweer, merk BSA kaliber .22 LR, en munitie van categorie III, te weten patronen van kaliber .22 LR, en wapens van categorie II onder 6, te weten 17 pepperspray busjes (merk: Pfeffer KO FOG) voorhanden heeft gehad; 6. verdachte op 1 augustus 2007, te Uffelte, gemeente Westerveld, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid 4-hydroxyboterzuur (GHB), zijnde een middel vermeld op de bij de opiumwet behorende lijst II, onderdeel A; De raadsman van verdachte heeft met betrekking tot het onder 6. bewezen verklaarde onder meer aangevoerd dat uit het dossier niet gebleken is om welke hoeveelheid GHB het gaat en dat voor het aanwezig hebben van meer dan 30 gram GHB, zoals tenlastegelegd, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt het volgende: krachtens artikel 11, zesde lid, van de Opiumwet is de strafbedreiging van lid 2 niet van toepassing indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid van hennep of hasjiesj van ten hoogste 30 gram. De rechtbank heeft weliswaar niet kunnen vaststellen of sprake was van een hoeveelheid van meer dan 30 gram GHB maar dat is voor de bewezen verklaring van het tenlastegelegde ook niet nodig omdat de strafuitsluitingsgrond van artikel 11, zesde lid, van de Opiumwet slechts betrekking heeft op hennep of hasjiesj en niet op 4-hydroxyboterzuur. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De verdachte zal van het onder 1. subsidiair, 2., 3. en 4. subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Ten aanzien van dit tenlastegelegde ontbreekt immers, nu verdachte dit ontkent, naast de aangifte van [naam slachtoffer], enig ander bewijsmiddel. Kwalificaties Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op: onder 1. subsidiair: mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht; onder 2.: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, strafbaar gesteld bij artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht; onder 3.: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht; onder 4. subsidiair: mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht; onder 5.: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; onder 6.: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet. Strafbaarheid De rechtbank heeft kennis genomen van een psychologisch rapport d.d. 3 oktober 2007, opgemaakt door drs. G. de Jong, psycholoog. Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -: er is bij betrokkene sprake van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een ziekelijke stoornis in de vorm van misbruik van drugs (amfetamine en cocaïne). Hiervan was ook sprake ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. De ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling zijn van invloed op betrokkenes gedragskeuzes. Betrokkene heeft weet van het effect van roesmiddelen op zijn gedrag, namelijk dat roesmiddelen een drempelverlagend effect hebben en gemakkelijk ontaarden in agressief-grensoverschrijdend gedrag. Gezien die kennis moet hij dan ook als toerekeningsvatbaar worden gezien met betrekking tot het tenlastegelegde. De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusie en maakt die tot de hare. De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend. Strafmotivering De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting met betrekking tot de onder 1. subsidiair en 4. subsidiair bewezen verklaarde mishandelingen (door de rechtbank gesteld op twee tot drie weken gevangenisstraf) en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 2 augustus 2007, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van misdrijven is veroordeeld. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de erkenning door de verdachte tegenover de verhorende opsporingsambtenaren dat hij zich aan het op de dagvaarding ad-informandum gevoegde feit heeft schuldig gemaakt, welk feit hiermee is afgedaan. De rechtbank is, zonder de ernst van de mishandelingen, de wederrechtelijke vrijheidsberoving - welke overigens in casu van zeer beperkte omvang was - en de bedreiging van mevrouw [naam slachtoffer] ook maar enigszins te willen bagatelliseren, van oordeel dat de zwaarte van de aan verdachte op te leggen straf toch met name moet worden gezocht in het voorhanden hebben van de verboden wapens. Overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie wordt in artikel 55, derde lid onder a. van voornoemde Wet bedreigd met ten hoogste vier jaar gevangenisstraf, indien het feit betrekking heeft op een vuurwapen van categorie III. Verdachte hàd een vuurwapen van categorie III voorhanden: een vuurwapen in de vorm van een kogelgeweer met nota bene bijbehorende munitie. Het is niet voor niets dat justitie het illegaal bezit van vuurwapens met een forse gevangenisstraf bedreigt. Het bezit van vuurwapens brengt immers grote risico's met zich, zoals ongelukken, escalatie van geweld en wapens die in verkeerde handen kunnen vallen. De rechtbank zal daarom aan verdachte een vrijheidsstraf opleggen die enerzijds recht doet aan de ernst van de mishandelingen, de (in omvang beperkte) wederrechtelijke vrijheidsberoving en de bedreiging van mevrouw [naam slachtoffer] en daarnaast de overtreding van de Opiumwet, doch anderzijds - en vooral - aan het gewicht dat de rechtbank toekent aan de ernstige overtredingen van de Wet wapens en munitie. Motivering van de verbeurdverklaring De rechtbank acht het hierna te vermelden in beslag genomen voorwerp vatbaar voor verbeurdverklaring omdat dit voorwerp aan de verdachte toebehoort en met behulp daarvan het feit onder 2. is gepleegd. Motivering van de maatregel onttrekking aan het verkeer De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer omdat deze voorwerpen, die bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten zijn aangetroffen, aan de verdachte toebehoren en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 36b, 36d, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1. primair en 4. primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. subsidiair, 2., 3., 4. subsidiair, 5. en 6. tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. subsidiair, 2., 3. en 4. subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan een gedeelte groot zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Verslavingszorg Noord Nederland, afdeling Reclassering, zolang deze instelling, onder goedkeuring van Reclassering Nederland, arrondissement Assen, zulks nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling ingevolge art. 14d van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. De rechtbank verklaart verbeurd het navolgende in beslag genomen voorwerp: isolatieplakband met witte rug. De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de navolgende in beslag genomen voorwerpen: een zilver-zwart knipmes, merk Magnum, een zilverkleurig vlindermes met houten stukjes op handvat, een zilverkleurig werpmes, merk super thrower, een tot paralizer omgebouwde elektrische vliegenmepper, 50 ml. pepperspray, zes stuks pepperspray, 40 ml., 27 patroonhulzen long rifle, target .22, 126 patroonhulzen long rifle, CCI .22, een bruin geweer, BSA .22LK, inclusief houder, een weegschaal en zakjes met druksluiting, een zilverkleurig vuurwapen, merk Rohm Little Joe, een halve gram amfetamine in een blikje met oranje deksel en 192 hennepplanten. De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van de navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen: een zwarte laptop Dell Inspiron met gele vlakken onder het toetsenbord, een zwarte Samsung GSM, inclusief lader en een zilverkleurige laptop, merk Toshiba PS 4600 met blauwe rand voor op de laptop. Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter, en mr. H. de Wit en mr. H.K. Elzinga, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op dinsdag 27 november 2007. Mr. Elzinga is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.