Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BB8858

Datum uitspraak2007-11-27
Datum gepubliceerd2007-11-28
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/1582 WWB
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzet gegrond. Hoger beroep tijdig ingesteld. Veroordeling proceskosten.


Uitspraak

07/1582 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van: [Appellante], tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 januari 2007, 06/2298 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (hierna: College) Datum uitspraak: 27 november 2007 I. PROCESVERLOOP Mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Utrecht, heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld. Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 17 juli 2007 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Mr. Van Doleweerd heeft tegen de uitspraak van de Raad van 17 juli 2007 verzet gedaan. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord op de zitting van 16 oktober 2007. Voor appellante is verschenen mr. R.D.A. van Boom, kantoorgenoot van mr. Van Doleweerd. Het College heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen. II. OVERWEGINGEN De aangevallen uitspraak is op 16 januari 2007 gegeven en op 17 januari 2007 in afschrift aan partijen gezonden. De uitspraak van de Raad van 17 juli 2007 berust op de overweging dat het beroepschrift op 15 maart 2007 per fax ter griffie is ontvangen, zodat het niet tijdig, maar met overschrijding van de wettelijk vastgestelde termijn van zes weken, is ingediend, terwijl er geen sprake is van een grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. In verzet heeft de gemachtigde van appellante gesteld dat op 24 januari 2007, derhalve binnen de beroepstermijn, per telefax een hoger beroepschrift naar de Raad is verzonden. Die stelling is juist. Nader onderzoek van het journaal van 24 januari 2007 van het faxnummer van de Raad - 030 8502299 - heeft uitgewezen dat er op die datum om 16.46 uur respectievelijk 16.51 uur een fax, afkomstig van het faxnummer van het kantoor van de gemachtigde van appellante - 030 2306051 - is ontvangen. Dit in aanmerking nemend alsmede de door de gemachtigde van appellante naar de Raad gezonden fotokopie van het inleidende beroepschrift van 24 januari 2007, met daarop onder meer de vermeldingen “tx rapport, tel. aansluiting 00308502299, st. tijd 24/1 16:51, resultaat OK”, staat voor de Raad vast dat het hoger beroep tijdig is ingesteld. Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 17 juli 2007 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. De Raad acht tot slot termen aanwezig het College te veroordelen in de proceskosten van appellante in verzet. Deze kosten voor verleende rechtsbijstand worden met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 322,--. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet gegrond. Veroordeelt het College in de proceskosten van appellante tot een bedrag groot € 322,--, te betalen door de gemeente Utrecht. Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.R. Bagga als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 november 2007. (get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns. (get.) S.R. Bagga. IJ