Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BB8863

Datum uitspraak2007-11-09
Datum gepubliceerd2007-11-28
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers367402 HA 07-303
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

kantonzaak, procesrecht en arbeidsrecht. Daags voor mondelinge behandeling trekt werkgeefster ontbindingsverzoek in, na het verweerschrift van de gemachtigde van werknemer gelezen te hebben. Werknemer vraagt en krijgt vergoeding proceskosten, analoog aan strekking van art. 246 Rv in dagvaardingsprocedures.


Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD sector kanton – locatie Zwolle Zaaknr. : 367402 HA VERZ 07-303 Datum : 9 november 2007 Beschikking in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid M&R MICRO-IMAGING B.V., gevestigd te Kampen, verzoekende partij, verder te noemen M&R, gemachtigde mr. O.C.A. Millaard te Zwolle, tegen [WERKNEEMSTER], wonende te [woonplaats], verwerende partij, verder te noemen [werkneemster], gemachtigde mr. M.T.A. Lamers te Deventer. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek- en verweerschrift, de producties en de correspondentie. Het geschil M&R verzocht aanvankelijk de ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereen-komst. Dit verzoek is ingetrokken. [werkneemster] heeft verzocht M&R in de proceskosten te veroordelen. Daarover gaat het ge-schil. De beoordeling 1. [werkneemster] heeft naar aanleiding van het verzoekschrift tot ontbinding een verweerschrift, gedateerd 13 september 2007, ingediend. Daags voor de mondelinge behandeling, die op 20 september 2007 was gepland, heeft M&R het verzoek tot ontbinding ingetrokken. [werkneemster] heeft bij brief van 19 september 2007 verzocht M&R in de proceskosten te veroordelen vanwege de intussen verrichte werkzaamheden en het late tijdstip van de intrek-king. M&R is het daarmee niet eens. Zij heeft, kort samengevat, aangevoerd dat door de intrekking van het verzoek tot ontbinding de procedure tot een einde is gekomen, dat door die intrekking aan de wens van [werkneemster] tegemoet is gekomen en dat het besluit tot intrekking is geno-men naar aanleiding van het verweer van [werkneemster], welk verweer M&R laat, dat wil zeggen kort voor de mondelinge behandeling op 20 september, bekend is geworden. 2. In overleg met partijen is besloten op de stukken te beslissen. 3. De kantonrechter deelt niet de opvatting van M&R dat door de enkele intrekking van het ver-zoek op 19 september 2007 aan de procedure een einde is gekomen. Er had zich, toen M&R het verzoek introk, namens [werkneemster] immers een gemachtigde gemeld die een verweerschrift had ingediend. Daarin is niet alleen verzocht het verzoek af te wijzen maar ook de uitdrukking ‘Kosten rechtens’ gebezigd welke uitdrukking redelijkerwijs als een verzoek tot veroordeling van M&R in de proceskosten moet worden opgevat. Aan dit onderdeel van het verzoek van [werkneemster] is M&R niet tegemoet gekomen en het is terecht dat [werkneemster] aan de toewijzing ervan --kenne- lijk zich beroepend op artikel 289 Rv.-- een punt maakt. Verder: artikel 246 Rv. bepaalt ten aanzien van zaken die met een dagvaarding worden ingeleid, dat de zaak op verlangen van partijen (meervoud dus) op de rol wordt doorgehaald. Weliswaar ontbreekt in verzoekschriftenprocedures een rol en kent titel 3 van boek 1 Rv. geen overeen-komstige bepaling, maar dat betekent niet dat de strekking van artikel 246 Rv., te weten een eenmaal aanhangig gemaakte procedure waarin partijen zijn verschenen kan alleen op verzoek van die partijen eindigen, niet in verzoekschriftenprocedures behoort te worden toegepast. Te-recht heeft [werkneemster] als voorwaarde aan de beëindiging gesteld dat zij een proceskosten-vergoeding diende te ontvangen nu zij (substantiële) werkzaamheden heeft verricht. 4. M&R zal in de proceskosten worden veroordeeld, nu zij haar verzoek heeft ingetrokken nadat (de gemachtigde van) [werkneemster] in de procedure werkzaamheden heeft verricht die een proceskosten veroordeling billijken. De beslissing De kantonrechter: - verstaat dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is ingetrokken; - veroordeelt M&R in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [werkneemster] begroot op € 200,00 voor salaris gemachtigde. Aldus gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 9 november 2007, in het bijzin van de griffier.