Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BB9229

Datum uitspraak2007-11-07
Datum gepubliceerd2007-12-03
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
ZaaknummersAWB 07/3048 ONBEK
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank heeft het onderzoek met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gesloten.


Uitspraak

Rechtbank Amsterdam Sector Bestuursrecht Algemeen enkelvoudige kamer UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 Algemene wet bestuursrecht in het geding met reg.nr. AWB 07/3048 ONBEK tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, en de Raad van bestuur van het College voor zorgverzekeringen, zetelend te Diemen, verweerder. 1. PROCESVERLOOP De rechtbank heeft op 27 juli 2007 een beroepschrift ontvangen, gericht tegen het besluit van verweerder van 19 juni 2007 (hierna: het bestreden besluit De rechtbank heeft het onderzoek met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gesloten. 2. OVERWEGINGEN Bij brief van 5 november 2007 heeft verweerder eiseres medegedeeld dat het bestreden besluit is ingetrokken. Bij brief van 6 november 2007 heeft verweerder ook de rechtbank hiervan bericht. Uit genoemde brief van 5 november 2007 blijkt dat verweerder met het bestreden besluit heeft beslist op het bezwaarschrift van eiseres dat was gericht tegen een brief van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Verweerder heeft het bestreden besluit ingetrokken omdat niet hij maar de SVB het bevoegde bestuursorgaan is. Verweerder heeft het bezwaarschrift doorgezonden aan de SVB. De rechtbank stelt vast dat op het bezwaarschrift van eiseres nog door de SVB zal worden beslist. Nu geen besluit meer ter toetsing voorligt en voorts niet is gebleken van enig (ander) belang bij voortzetting van de behandeling van het beroep, is de rechtbank van oordeel dat het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht. Beslist wordt als volgt. 3. BESLISSING De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van €39,- aan eiseres vergoedt. Deze uitspraak is gedaan op 7 november 2007 door mr. H.J. Tijselink, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Lammertink, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum. De griffier, De rechter, Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na ¬toezen¬ding van deze uitspraak verzet doen bij deze rechtbank. Afschrift verzonden op: Conc.: HL D:C