
Jurisprudentie
BB9264
Datum uitspraak2007-11-29
Datum gepubliceerd2007-12-04
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/7248 WAO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-12-04
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/7248 WAO
Statusgepubliceerd
Indicatie
WAO-schatting. Medische beperkingen onderschat?
Uitspraak
05/7248 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 november 2005, 04/1403 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 29 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft H.J.A Aerts, werkzaam bij Delescen & Scheers Advocaten te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2007. Appellante is – met voorafgaand bericht – niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.D. Mak.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 27 oktober 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellante tegen een besluit van 5 juli 2004, waarbij de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van 24 augustus 2004 is herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
De rechtbank heeft, zoals uit de aangevallen uitspraak blijkt, geoordeeld dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de belastbaarheid van appellante op de in geding zijnde datum, zoals die door het Uwv is vastgesteld. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de functies waarop de arbeidsdeskundige F. Klein Koerkamp de onderhavige schatting heeft gebaseerd, in medisch opzicht geschikt zijn voor appellante.
In hoger beroep heeft appellante haar grieven in bezwaar en beroep herhaald, waarbij zij met name heeft aangevoerd dat de rechtbank bij haar oordeelsvorming te weinig gewicht heeft toegekend aan een door appellante overgelegd neuropsychiatrisch rapport van 28 februari 2005 van de zenuwarts dr. H.L.S.M. Busard.
Uit de aangevallen uitspraak blijkt dat de rechtbank zich heeft geconformeerd aan het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts G.P.J. de Kanter.
Voorts heeft de Raad, in hetgeen overigens door appellante is aangevoerd, geen aanleiding gevonden om inhoudelijk anders te oordelen over het bestreden besluit dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft gedaan.
Uit het rapport van dr. Busard blijkt dat hij bij zijn oordeelsvorming goeddeels als gegeven is uitgegaan van hetgeen appellante hem bij het afnemen van de anamnese aan subjectieve klachten heeft medegedeeld, iets waarop ook de bezwaarverzekeringsarts De Kanter in zijn reactie van 1 juli 2005 heeft gewezen. Het bezwaar van De Kanter dat
dr. Busard niet of nauwelijks medisch heeft geobjectiveerd wat de op ziekte of gebrek berustende beperkingen van appellante naar diens oordeel inhouden, kan de Raad onderschrijven.
Ten slotte overweegt de Raad dat hij in lijn met zijn uitspraak van 17 april 2007, LJN: BA2955, wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, het oordeel van de rechtbank over de medische geschiktheid van de geselecteerde functies onderschrijft.
De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.W. Engelhart als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 november 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) J.W. Engelhart.
JL

