
Jurisprudentie
BB9634
Datum uitspraak2007-11-19
Datum gepubliceerd2007-12-07
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2007\225
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2007-12-07
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Arnhem
ZaaknummersTBS 2007\225
Statusgepubliceerd
Indicatie
De raadsman heeft op gronden als nader verwoord in de pleitnota gesteld dat de door
D.H.J. Boeykens, psychiater, in het kader van artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte rapportage niet voldoet aan de wettelijke eisen nu Boeykens onvoldoende onafhandeklijk is.
Voorop moet worden gesteld dat Boeykens niet verbonden is aan de kliniek waarin de terbeschikkinggestelde wordt (of eerder is) verpleegd. De raadsman betwist de onafhankelijkheid van de deskundige vooral omdat de rapportages die bij de berechting van de strafzaak door Boeykens zijn uitgebracht ondeugdelijk zijn. Wat er zij van de kritiek van de raadsman op de in 1992 en 1993 door Boeykens uitgebrachte rapportage, die kritiek kan nog niet de conclusie dragen dat de huidige verlengingsrapportage niet is uitgebracht door een onafhankelijke deskundige. Dit geldt temeer nu op de inhoud van de verlengingsrapportage van Boeykens van de kant van de raadsman geen inhoudelijke op- en/of aanmerkingen zijn gemaakt. Het meer en meest subsidiaire verzoek om aanhouding van de zaak voor nader onderzoek wordt afgewezen. Het hof concludeert dat de rapportage voldoet aan de eisen van artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

