Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BB9647

Datum uitspraak2007-11-21
Datum gepubliceerd2007-12-07
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers162258
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Op grond van artikel 255 lid 1 Rv kan een gedaagde in kort geding (overeenkomstig artikel 79 Rv) behalve bij procureur ook in persoon procederen, maar niet vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen procureur is. Nu ervan moet worden uitgegaan dat de ter zitting verschenen persoon geen voorzitter/bestuurslid (meer) is van gedaagde en dat bovendien geen procureur zich namens gedaagde heeft gesteld, is gedaagde voorshands geoordeeld niet rechtsgeldig ter zitting verschenen. Het feit dat de ter zitting verschenen persoon is gevolmachtigd - hetgeen hij overigens niet met stukken heeft onderbouwd - maakt dit niet anders, nu hij geen procureur is.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 162258 / KG ZA 07-683 Vonnis in kort geding van 21 november 2007 in de zaak van [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, procureur mr. P.A.C. de Vries, advocaat mr. B. Bentem te Oldenzaal, tegen de stichting STICHTING THE NETHERLANDS FOR KIDS, gevestigd te Heukelum, gedaagde. Partijen zullen hierna [eiseres] en de stichting worden genoemd. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de mondelinge behandeling - het proces-verbaal van de zitting van 6 november 2007. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De verstekverlening tegen de stichting 2.1. Ter zitting van 6 november 2007 is de heer [XXX] verschenen. Hij heeft verklaard de ex-voorzitter van de stichting te zijn. Bovendien is hij geen bestuurslid meer. De stichting is opgegaan in een internationale organisatie. Volgens [XXX] is hij als oprichter van de stichting nog wel nauw betrokken bij de organisatie. Hij heeft van de Ierse voorzitter daarom een volmacht gekregen om deze zaak op te lossen. 2.2. Op grond van artikel 255 lid 1 Rv kan een gedaagde in kort geding (overeenkomstig artikel 79 Rv) behalve bij procureur ook in persoon procederen, maar niet vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen procureur is. Nu op grond van het vorenstaande ervan moet worden uitgegaan dat [XXX] geen voorzitter/bestuurslid (meer) is van de stichting en dat bovendien geen procureur zich namens de stichting heeft gesteld, is de stichting voorshands geoordeeld niet rechtsgeldig ter zitting verschenen. Het feit dat [XXX] is gevolmachtigd - hetgeen hij overigens niet met stukken heeft onderbouwd - maakt dit niet anders, nu [XXX] geen procureur is. 2.3. De vraag die vervolgens nog dient te worden beantwoord is, of gegeven het vorenstaande, de dagvaarding op de juiste wijze aan de stichting is betekend. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Utrecht en omstreken van 12 oktober 2007 is de stichting gevestigd aan het adres [adres]. Eveneens blijkt uit dit uittreksel dat [XXX] voorzitter en mevrouw [XXX] secertaris/penningmeester is van de stichting. Beiden zijn woonachtig op genoemd adres. De dagvaarding is op 30 oktober 2007 aan de [adres] uitgereikt aan [XXX]. 2.4. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de dagvaarding daarmee op rechtsgeldige wijze aan de stichting betekend. Een derde (in dit geval [eiseres]) die tot dagvaarding van een rechtspersoon wil overgaan, moet erop kunnen vertrouwen dat de gegevens, zoals die bij de Kamer van Koophandel bekend zijn, juist zijn. Nu de dagvaarding blijkens het uittreksel uit het handelsregister is betekend aan het vestigingsadres van de stichting, tevens het woonadres van haar voorzitter [XXX] en penningmeester [XXX], is aan alle voor dagvaarding voorgeschreven formaliteiten voldaan. Daaraan doet niet af dat [XXX] op een later moment (ter zitting) heeft verklaard geen voorzitter/bestuurslid van de stichting meer te zijn. Een en ander betekent dat verstek kan en zal worden verleend tegen de stichting. 3. De beoordeling 3.1. Als onweersproken staat tussen partijen vast hetgeen met betrekking tot de feiten door [eiseres] in de dagvaarding is gesteld. 3.2. Het spoedeisend belang van de vordering vloeit voort uit de stellingen van [eiseres]. 3.3. Het gevorderde komt voorshands noch onrechtmatig noch ongegrond voor. Het zal daarom worden toegewezen. Aan de stichting zal daarbij een dwangsom worden opgelegd van € 250,00 voor elke dag dat zij daarmee in gebreke is, welke dwangsom zal worden gemaximeerd. 3.4. Als de in het ongelijk gestelde partij zal de stichting in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op: - kosten dagvaarding € 84,31 - betaald vast recht € 62,75 - in debet gesteld vast recht € 188,25 - salaris procureur € 527,00 Totaal € 862,31 4. De beslissing De voorzieningenrechter: 4.1. veroordeelt de stichting tot onverwijlde teruggave van het complete dossier, zoals dat destijds door [eiseres] is overhandigd, zonder achterlating van enig stuk en zonder kopieën daarvan achter te houden; 4.2. veroordeelt de stichting om, ingeval zij na betekening van dit vonnis in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen, aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat de stichting met de nakoming daarvan in gebreke blijft, echter met een maximum van € 10.000.00,-; 4.3. veroordeelt de stichting in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 862,31, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.752 ten name van Arrondissement 533 Arnhem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer; 4.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.5. weigert het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren op 21 november 2007.