Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC0905

Datum uitspraak2007-12-21
Datum gepubliceerd2007-12-27
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/460500-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot gevangenisstraf van 2 maanden wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Rechtbank spreekt verdachte vrij van tenlastegelegde poging tot doodslag en zware mishandeling. Zie ook vonnis met LJNummer BC0910.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf Meervoudige kamer Parketnummer: 06/460500-07 Uitspraak d.d.: 21 december 2007 Vord. na voorw. veroord.: 06/801425-06 Tegenspraak / dip - oip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [plaats 1978], wonende te [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 december 2007. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 8 september 2007 in de gemeente Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met een (hak/kap)mes, althans met een hard en/of scherp en/of puntig voorwerp (op korte afstand) in (de richting van) het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of zwaaiende bewegingen heeft gemaakt naar het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 8 september 2007 in de gemeente Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een (hak/kap)mes, althans met een hard en/of scherp en/of puntig voorwerp (op korte afstand) in (de richting van) het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of zwaaiende bewegingen naar het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 8 september 2007 in de gemeente Doetinchem opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] met een (hak/kap)mes, althans met een hard en/of scherp en/of puntig voorwerp in zijn hand, althans zijn lichaam heeft gestoken en/of gesneden, waardoor deze [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op meerdere, althans een tijdstip op of omstreeks 8 september 2007 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met brandstichting en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een (hak/kap)mes, althans met een hard en/of scherp en/of puntig voorwerp zwaaiende bewegingen in de richting van die [slachtoffer 1] gemaakt, althans die [slachtoffer 1] een (hak/kap)mes, althans een hard en/of scherp en/of puntig voorwerp getoond en/of (daarbij) deze [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je kapot" en/of "Ik pak je wel", en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "ik steek je camper in brand, ik steek je huis in brand, ik roei je hele familie uit", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. [slachtoffer 1] heeft ter gelegenheid van zijn laatste, uitgebreide verhoor bij de politie verklaard, dat verdachte naar buiten kwam stuiven met een hakmes in zijn hand en begon te schreeuwen. Hij observeerde dat, en liep in een opwelling naar verdachte toe om hem dat mes afhandig te maken. Hij greep in dat mes en raakte daarbij gewond aan zijn hand. [getuige] heeft tegenover de politie verklaard verdachte te hebben zien zwaaien met een mes, [slachtoffer 1] stond tegenover verdachte. Ook ter terechtzitting heeft [getuige] verklaard dat hij het idee had dat [slachtoffer 1] het mes van verdachte wilde afpakken. Verdachte had het mes boven zijn hoofd en zwaaide daarmee boven zijn hoofd heen en weer, niet gericht, aldus [getuige]. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij geen zwaaiende beweging in de richting van [slachtoffer 1] heeft gemaakt, toen zij in elkaars nabijheid waren en dat [slachtoffer 1] zelf in het mes greep, toen [slachtoffer 1] dat wilde afpakken. Op grond hiervan kan niet bewezen worden dat verdachte de onder 1 ten laste gelegde handelingen heeft verricht. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken. Met betrekking tot feit 2 overweegt de rechtbank dat verdachte de tenlastegelegde bedreiging van [slachtoffer 2] ontkent en dat buiten de aangifte er geen bewijsmiddel voorhanden is. Dit impliceert dat ter zake niet tot een bewezenverklaring gekomen kan worden. De verdachte behoort van dit deel van de tenlastelegging eveneens te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: hij op 8 september 2007 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend [slachtoffer 1] een hak/kapmes getoond en daarbij deze [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je kapot" en/of "Ik pak je wel". Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op het misdrijf: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte problemen verwachtte met aangever en een mes mee naar boven had genomen voor het geval [slachtoffer 1] hem zou intimideren. Verdachte heeft dit mes opnieuw gepakt, hoewel een motoragent hem eerder op de dag had gezegd het mes aan verdachtes moeder te geven, wat verdachte ook gedaan heeft. Verdachte was voorts de dag ervoor uit detentie vrijgekomen en liep in een proeftijd van een veroordeling wegens vernieling, maar heeft zich weer laten verleiden tot het plegen van een delict. De rechtbank acht in deze omstandigheden slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats. Vordering tenuitvoerlegging Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 9 januari 2007 (parketnummer 06/460596-07) voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf ten uitvoer te worden gelegd. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 14h, 14i, 14j, 27 en 285 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank beslist als volgt. Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden. Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 9 januari 2007, te weten van: - 1 (één) week gevangenisstraf. Aldus gewezen door mr. Bos, voorzitter, mr. De Bie en mr. Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van Van Aalst, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 december 2007.