Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC1003

Datum uitspraak2007-12-28
Datum gepubliceerd2008-01-02
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Assen
Zaaknummers606243-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank heeft bij het vaststellen van de op te leggen geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voorzover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, in de mate waarin de rechtbank dat nodig acht met het oog op een passende bestraffing van de verdachte.


Uitspraak

RECHTBANK ASSEN Sector strafrecht Parketnummer: 19.606234-07 vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 28 december 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1985, wonende te [adres verdachte]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 14 december 2007. De verdachte is verschenen. De officier van justitie mr. J. Hoekman acht hetgeen onder 2 (eenvoudige diefstal) is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: * een geldboete van € 130, --, subsidiair 2 dagen hechtenis; Tenlastelegging De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat 1. (Incident 2 en 5) hij op of omstreeks 30 augustus 2007 in de gemeente Coevorden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde] e/of [naam benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of welke diefstal werd gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] en/of [naam slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf n/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (bij zijn aanhouding) tegen hen zei "je bent morgen aan de beurt, ik krijg je wel" en/of "Morgen komen er wel mensen en die rekenen wel met je af" en/of "Laat me maar los, dan zul je wel zien wat ik met jullie doe", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; 2. (incident 1) hij op of omstreeks 30 augustus 2007 in gemeente Coevorden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen aanstekers en/of een koekenpan, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde] en/of Blokker, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak De verdachte dient van het onder 1 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. Bewijsmiddelen Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 30 augustus 2007 in gemeente Coevorden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een koekenpan, toebehorende aan [naam benadeelde] en/of Blokker. De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. De verdachte zal van het onder 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Kwalificaties Het bewezen verklaarde levert ten aanzien van feit 2 op: diefstal, strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaarheid De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Strafmotivering De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: - de aard en de ernst van het gepleegde feit; - de omstandigheden waaronder dit feit is begaan; - hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; - de eis van de officier van justitie; - de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 19 september 2007, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. De rechtbank heeft bij het vaststellen van de op te leggen geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voorzover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, in de mate waarin de rechtbank dat nodig acht met het oog op een passende bestraffing van de verdachte. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 23, 24, 24c van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing van de rechtbank De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank verklaart bewezen dat het 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar. De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een geldboete ten bedrage van € 130,-- met bevel dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, vervangende hechtenis voor de duur van 2 dagen zal worden toegepast. Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter en mr. H. Wolthuis en mr. C.M.M. Oostdam, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 28 december 2007.