Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC1580

Datum uitspraak2007-12-21
Datum gepubliceerd2008-01-09
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers163185
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

De voorzieningenrechter is met Buma c.s. van oordeel dat de in geding zijnde van Audio Player afkomstige computer met harde schijf waarop muziekwerken zijn vastgelegd die met behulp van software als achtergrondmuziek ten gehore worden gebracht, een illegaal muzieksysteem kan worden genoemd. Voor de vastlegging van die muziekwerken is de op grond van artikel 1 juncto artikel 13 juncto artikel 14 Aw en artikel 2 en 6 WNR vereiste voorafgaande toestemming door of vanwege Stemra en/of de leden van de NVPI niet verkregen. De voorzieningenrechter zal deze term hierna in deze betekenis gebruiken.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK ARNHEM Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 163185 / KG ZA 07-734 Vonnis in kort geding van 21 december 2007 in de zaak van 1. de vereniging VERENIGING BUMA, gevestigd te Amstelveen, 2. de stichting STICHTING STEMRA, gevestigd te Amstelveen, 3. de vereniging NEDERLANDSE VERENIGING VAN PRODUCENTEN EN IMPORTEURS VAN BEELD- EN GELUIDSDRAGERS (NVPI), gevestigd te Hilversum, eiseressen, procureur mr. L. Paulus, advocaat mr. R.M. Zimmermann te Amsterdam, tegen HANS HERMANUS THEODORUS DEMON, wonende te Haalderen, gedaagde, procureur mr. M.G.W.M. Geurts te Duiven. Eiseressen zullen gezamenlijk worden aangeduid als Buma c.s. Eiseressen sub 1 en 2 zullen samen ook worden aangeduid als Buma/Stemra. Ieder afzonderlijk zullen eiseressen worden aangeduid als Buma, Stemra en de NVPI. Gedaagde zal [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling - de pleitnota van Buma c.s. - de pleitnota van [gedaagde]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Buma en Stemra oefenen ten behoeve van de auteursrechthebbenden met betrekking tot vrijwel het gehele beschermde wereldmuziekrepertoire (het Buma/Stemra repertoire) het openbaarmakings- en verveelvoudigingsrecht in Nederland uit, waaronder ook het mechanisch reproductierecht (Stemra). Het mechanisch reproductierecht behelst de verveelvoudiging van een muziekwerk uit het Stemra-repertoire door vastlegging daarvan op geluidsdragers en/of het in verkeer brengen van geluidsdragers waarop Stemra-repertoire is vastgelegd. 2.2. De NVPI stelt zich – kort gezegd – ten doel de gemeenschappelijke belangen van de Nederlandse producenten, importeurs en exploitanten van beeld- en geluidsdragers te behartigen en te beschermen. Zij coördineert namens haar leden de bestrijding van de ongeautoriseerde exploitatie van het NVPI-repertoire en treedt namens haar leden op tegen inbreuk op auteursrechten, naburige rechten en merkrechten. 2.3. De leden van de NVPI (waaronder platenmaatschappijen) vervaardigen krachtens daartoe met uitvoerende kunstenaars gesloten exclusieve overeenkomsten fonogrammen (geluidsopnamen) van door die uitvoerende kunstenaars gegeven uitvoeringen, met als doel om die fonogrammen op welke wijze dan ook te reproduceren en openbaar te maken. Ook houden zij zich bezig met het reproduceren van fonogrammen krachtens met andere producenten tot stand gekomen licentie- en / of distributiecontracten. 2.4. Stemra en de NVPI bieden namens hun leden de mogelijkheid om voor het vastleggen van muziekwerken op geluidsdragers bestemd voor het ten gehore brengen van achtergrondmuziek het Stemra- en NVPI-repertoire te gebruiken, in de vorm van een ‘Overeenkomst Achtergrondmuziek Digitale Elektronische Muziekbestanden’. 2.5. De heer [betro[betrokkene]] (hierna te noemen: [betrokkene]r) heeft tussen 1993 en 1998 onder de naam ‘Centraal Muziekservice [voornaam] [betrokkene]r’ een onderneming gedreven in achtergrondmuziek ten behoeve van horecagelegenheden. Hij had te dien einde met Stemra en de NVPI overeenkomsten gesloten voor het vastleggen van muziekwerken (toen nog op analoge geluidsbanden) bestemd voor het ten gehore brengen van achtergrondmuziek. Deze overeenkomsten zijn in 1998 ontbonden. [betrokkene]r en / of zijn partner [betro[betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) hebben het gebruik van het Stemra- en NVPI-repertoire sindsdien voortgezet en zijn achtergrondmuziek (en systemen voor het opslaan en afspelen daarvan) blijven leveren aan horecagelegenheden. Zij hebben daarbij mede gehandeld onder de namen Centraal Computers Groenlo, Encore Computermuziek service, Audio Player B.V. (waarbij [betrokkene 2] bij de laatste drie ondernemingen als enig bestuurder staat ingeschreven) en Multimedia Player BvBa, een mede door Audio Player opgerichte Belgische onderneming. 2.6. Buma c.s. voeren al jaren een juridische strijd tegen [betrokkene]r en [betrokkene 2]. [betrokkene]r en [betrokkene 2] zijn in diverse door Stemra aanhangig gemaakte kort geding procedures en strafrechtelijke procedures veroordeeld wegens – kort gezegd – auteursrechtinbreuk en inbreuk op naburige rechten. Een aantal vonnissen is voorts bekrachtigd door de gerechtshoven te Arnhem en Amsterdam. Op 13 januari 2000 hebben Stemra en [betrokkene]r ter beëindiging van de bij de rechtbank te Zutphen aanhangige bodemprocedure een vaststellingsovereenkomst gesloten. Nadien is bij kort geding vonnis van 30 november 2000 van de president van de rechtbank te Amsterdam geoordeeld dat [betrokkene]r deze vaststellingsovereenkomst niet volledig is nagekomen. Dit vonnis is door het gerechtshof te Amsterdam bij arrest van 1 mei 2003 bekrachtigd. Op 10 oktober 2006 is [betrokkene]r door de rechtbank Zutphen wegens auteursrechtinbreuk en belastingfraude veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk. [betrokkene 2] is daarbij veroordeeld wegens belastingfraude. Van dit vonnis is nu hoger beroep aanhangig. 2.7. De Sabam, de Belgische vereniging van auteurs, componisten en uitgevers, heeft begin 2005 aan Multimedia Player een licentie verstrekt voor de vervaardiging en de verhuur van achtergrondmuziekbestanden in België. De Sabam heeft deze licentieovereenkomst eind 2005 beëindigd, onder meer omdat Multimedia Player in strijd met de licentieovereenkomst ook achtergrondmuziek verhuurde in Nederland. De voorzitter van de rechtbank van Koophandel te Brussel heeft op 17 oktober 2007 het verzoek van Multimedia Player om Sabam te verplichten haar een licentie te verlenen voor zowel België als Nederland afgewezen. 2.8. Onder het in dit vonnis hierna gebruikte begrip ‘muzieksysteem’ wordt verstaan: een personal computer met op de harde schijf muziekbestanden tezamen met de software nodig voor het gebruik en het afspelen van die muziekbestanden. 2.9. [gedaagde] drijft onder de naam ‘[café]’ een horecagelegenheid in Haalderen. Hij had een licentieovereenkomst met Buma gesloten op grond waarvan het hem was toegestaan achtergrondmuziek in zijn horecagelegenheid ten gehore te brengen. Artikel 11 van de op die licentieovereenkomst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden luidt als volgt: “Indien een muziekwerk dat de muziekgebruiker ten gehore wenst te brengen een ongeautoriseerde bewerking is of plagiaat behelst, of door middel van illegaal vervaardigde en/of illegaal in het verkeer gebrachte beeld- en / of geluidsdragers ten gehore worden gebracht, zal de muziekgebruiker op eerste verzoek van Buma ter zake, de openbaarmaking van een dergelijk muziekwerk onmiddellijk staken en gestaakt houden.” 2.10. Op 9 mei 2007 is door medewerkers van Buma/Stemra vastgesteld dat in [café] muziekwerken ten gehore werden gebracht die zijn vastgelegd op een muzieksysteem dat afkomstig is van [betrokkene]r, [betrokkene 2] of een direct of indirect aan hen gelieerde onderneming. [betrokkene]r of [betrokkene 2] of de aan hen gelieerde ondernemingen leverden aan [gedaagde] maandelijks een CD-Rom met daarop nieuwe muziekwerken, die vervolgens bij [gedaagde] op de harde schijf werden geplaatst. 2.11. Bij brief van 5 juni 2007 hebben Buma c.s. [gedaagde] er (onder meer) op gewezen dat noch [betrokkene]r, noch [betrokkene 2] noch de direct dan wel indirect aan hen gelieerde ondernemingen toestemming hebben verkregen van en een vergoeding hebben betaald aan de auteurs- en naburig rechthebbenden voor het vervaardigen en het verhandelen van achtergrondmuziekbestanden behorend tot het Stemra/NVPI- repertoire. Ook hebben Buma c.s. [gedaagde] erop gewezen dat zowel [betrokkene]r als [betrokkene 2] al jaren inbreuk maken op de door Stemra en de leden van de NVPI uitgeoefende auteursrechten respectievelijk naburige rechten en dat zij al diverse malen civielrechtelijk en strafrechtelijk zijn veroordeeld wegens deze inbreuk. Buma c.s. hebben [gedaagde] gewezen op het illegale karakter van het betreffende muzieksysteem en op het feit dat [gedaagde] door het gebruik van dat muzieksysteem in strijd handelt met artikel 11 van de op de overeenkomst tussen hem en Buma toepasselijke algemene voorwaarden. Buma c.s. hebben [gedaagde] verzocht en gesommeerd dit gebruik te staken, bij gebreke waarvan Buma heeft aangekondigd dat zij de overeenkomst zal ontbinden en met Stemra en de NVPI de benodigde rechtsmaatregelen zal nemen om dit gebruik te staken. 2.12. [gedaagde] heeft bij brief van 14 juni 2007 hierop gereageerd. Hij schrijft te twijfelen aan het illegale karakter van de activiteiten van Audio Player. Van Audio Player heeft hij begrepen dat zij bezig is om bij de Sabam, de Belgische vereniging voor auteurs, componisten en uitgevers, een verlenging van haar vergunning te krijgen. [gedaagde] wil de uitspraak van de in België tussen Audio Player en Multimedia Player BvBa enerzijds en De Sabam anderzijds aanhangige bodemzaak afwachten en verzoekt om die reden om uitstel. 2.13. Bij brief van 19 juni 2007 heeft Buma/Stemra hierop geantwoord (onder meer) dat zij ondanks de in België lopende procedure het recht heeft zich te verzetten tegen het gebruik van de muziekbestanden van [betrokkene]r en [betrokkene 2] die zonder de toestemming van de rechthebbenden zijn vervaardigd en dat Buma/Stemra geen reden te zien om het proces in België af te wachten en aan het uitstelverzoek te voldoen. 2.14. Bij brief van 28 juni 2007 heeft Buma/Stemra [gedaagde] een laatste termijn van 14 dagen gegund om aan het gevorderde in de brief van 5 juni 2007 te voldoen en aangekondigd bij gebreke daarvan de overeenkomst tussen [gedaagde] en Buma per 11 juli 2007 buitengerechtelijk te ontbinden wegens wanprestatie. 2.15. Bij brief van 27 augustus 2007 aan [gedaagde] meldt Buma/Stemra de overeenkomst tussen Buma en [gedaagde] inmiddels per 11 juli 2007 vanwege wanprestatie buitengerechtelijk te hebben ontbonden. Voorts kondigt zij rechtsmaatregelen door Buma c.s. aan, omdat een buitendienstmedewerker op 22 augustus 2007 heeft geconstateerd dat [gedaagde] de illegale apparatuur nog steeds niet heeft verwijderd en dat daarmee nog steeds muziekwerken behorende tot het Buma/Stemra/NVPI-repertoire ten gehore werden gebracht. 3. Het geschil 3.1. Buma c.s. vorderen samengevat – a) [gedaagde] op straffe van een dwangsom te verbieden muziekwerken ten gehore te doen brengen zonder de daartoe vereiste voorafgaande toestemming van of vanwege Buma, b) [gedaagde] op straffe van een dwangsom te verbieden muziekwerken ten gehore te doen brengen met gebruikmaking van een illegaal muzieksysteem, c) [gedaagde] op straffe van een dwangsom te bevelen alle zich onder hem bevindende illegale muzieksystemen en andere geluidsdragers, waarop muziekwerken zijn vastgelegd zonder dat daarvoor voorafgaande toestemming van of vanwege Stemra en de leden van de NVPI die het aangaat is verkregen, binnen tien dagen na het verzoek daartoe van Stemra ten kantore van Stemra aan haar in eigendom af te staan, dan wel, ter keuze van [gedaagde], de op zulke muzieksystemen en andere geluidsdragers vastgelegde muziekwerken ten overstaan van een door Stemra aan te wijzen medewerker ten kantore van Stemra te wissen, d) [gedaagde] te veroordelen in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten van deze procedure, begroot € 3.321,81, e) met bepaling van de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv. op acht weken. 3.2. Buma c.s. leggen aan hun vorderingen het volgende ten grondslag. Door het ten gehore brengen van muziekwerken die zijn vastgelegd op een van [betrokkene]r afkomstig illegaal muzieksysteem is [gedaagde] toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van zijn overeenkomst met Buma. Ook handelt [gedaagde] jegens Buma c.s. onrechtmatig. [gedaagde] handelt namelijk in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid die hem jegens Buma c.s. en de door hen vertegenwoordigde rechthebbenden betaamt door het muzieksysteem van [betrokkene]r te blijven gebruiken terwijl hij is gewezen op het onrechtmatig karakter daarvan en hij maakt zich schuldig aan het misdrijf van gewoonteheling (art. 417 Sr.). Sinds Buma de overeenkomst met [gedaagde] buitengerechtelijk heeft ontbonden maakt [gedaagde] inbreuk op de door Buma uitgeoefende auteursrechten, waartegen Buma zich op grond van artikel 1 juncto artikel 12 van de Auteurswet (hierna: Aw) kan verzetten. Stemra en de NVPI hebben op grond van artikel 28 Aw en artikel 17 Wet op de naburige rechten (hierna: WNR) recht op afgifte van de van [betrokkene]r afkomstige illegale muzieksystemen althans op het wissen van de inhoud van deze systemen, welke zijn te beschouwen als roerende zaken die een ongeoorloofde verveelvoudiging vormen van muziekwerken. Zij voeren al jaren een juridische strijd tegen [betrokkene]r en [betrokkene 2], die diverse malen civielrechtelijk en strafrechtelijk zijn veroordeeld wegens auteursrechtinbreuk en belastingfraude. In weerwil van deze veroordelingen zetten [betrokkene]r en [betrokkene 2] hun inbreukmakende handelingen tot op heden voort. Buma c.s. zien geen andere mogelijkheden meer tot handhaving van hun rechten jegens [betrokkene]r en om de markt in achtergrondmuziek weer ´schoon´ te krijgen,dan via het aanspreken van de afnemers van de illegale muzieksystemen van [betrokkene]r (voornamelijk horecaondernemers). Zij stellen daarbij een spoedeisend belang te hebben. 3.3. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Dit verweer luidt kort samengevat als volgt. Het gevorderde onder 3.1 a) is niet toewijsbaar omdat Buma het contract met hem niet rechtsgeldig heeft opgezegd. De algemene voorwaarden zijn door Buma niet aan hem ter hand gesteld en het is nog maar de vraag of hij in strijd met die voorwaarden heeft gehandeld. Het gevorderde onder 3.1 b) is niet toewijsbaar omdat er niet zoiets bestaat als een ´illegaal muzieksysteem´, maar het slechts zijn computer betreft met daarop muziekbestanden maar ook andere bestanden, en de illegaliteit van die bestanden niet aan de orde is. Het door [gedaagde] gebruikte systeem is afkomstig van Audio Player, niet van [betrokkene]r. Tegen Audio Player is nog nooit een rechtsvordering ingesteld. Buma c.s. mogen geen afgifte van bewijsmiddelen vragen en maken daarmee misbruik van procesrecht. Dit kort geding betreft voornamelijk een contractuele kwestie en is geen zaak over intellectueel eigendomsrecht, zodat de grondslag ontbreekt voor de op grond van artikel 1019h Rv. gevorderde veroordeling in de volledige proceskosten. Elk (spoedeisend) belang bij de vorderingen van Buma c.s. ontbreekt. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de gevorderde voorzieningen. 4.2. Vast staat dat Audio Player geen licentieovereenkomst heeft met Stemra of de NVPI, en evenmin met Sabam, voor het vastleggen van muziekwerken op geluidsdragers bestemd voor het ten gehore brengen van achtergrondmuziek in Nederland. Daarmee staat vast dat Audio Player niet gerechtigd is tot de verveelvoudiging van een muziekwerk van het Stemra-/NVPI-repertoire door vastlegging daarvan op geluidsdragers en/of het in verkeer brengen van geluidsdragers waarop dit repertoire is vastgelegd. Met de levering aan [gedaagde] van het muzieksysteem met daarop ongeautoriseerde achtergrondmuziekbestanden maakt Audio Player inbreuk op de mechanische reproductierechten van Stemra. Dat tegen Audio Player nog geen rechtsvordering is ingesteld of veroordelend vonnis is uitgesproken, doet daaraan niet af. 4.3. De voorzieningenrechter is met Buma c.s. van oordeel dat de in geding zijnde van Audio Player afkomstige computer met harde schijf waarop muziekwerken zijn vastgelegd die met behulp van software als achtergrondmuziek ten gehore worden gebracht, een illegaal muzieksysteem kan worden genoemd. Voor de vastlegging van die muziekwerken is de op grond van artikel 1 juncto artikel 13 juncto artikel 14 Aw en artikel 2 en 6 WNR vereiste voorafgaande toestemming door of vanwege Stemra en/of de leden van de NVPI niet verkregen. De voorzieningenrechter zal deze term hierna in deze betekenis gebruiken. 4.4. De eerste vraag die in dit geding zal worden beantwoord is of [gedaagde] door gebruikmaking van het voornoemde illegale muzieksysteem van Audio Player onrechtmatig handelt jegens Buma c.s. De voorzieningenrechter oordeelt dat hiervan onder de gegeven omstandigheden inderdaad sprake is. [gedaagde] is door Buma c.s. op 5 en 19 juni 2007 uitdrukkelijk gewezen op het feit dat noch [betrokkene]r, noch [betrokkene 2], noch de direct of indirect aan hen gelieerde ondernemingen waaronder Audio Player, over de benodigde licenties van Stemra of de NVPI beschikken voor het aan [gedaagde] geleverde muzieksysteem. Daarbij is [gedaagde] ook gewezen op de strafrechtelijke en civielrechtelijke veroordelingen van [betrokkene]r en [betrokkene 2]. Door, in de wetenschap hiervan en ondanks diverse sommaties het gebruik van het illegale muzieksysteem te staken, toch daarmee door te gaan, handelt [gedaagde] naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid en daarmee onrechtmatig jegens Buma c.s. en de door hen vertegenwoordigde rechthebbenden. Het onder 3.1 sub b) gevorderde verbod om muziekwerken ten gehore te brengen met gebruikmaking van een illegaal muzieksysteem zal daarom worden toegewezen, zij het dat dit verbod zal worden toegespitst op de illegale muzieksystemen van [betrokkene]r, [betrokkene 2] of de direct of indirect aan hen gelieerde ondernemingen, waaronder Audio Player, omdat het daar in deze zaak om gaat. 4.5. Op dit moment is geen sprake van een licentieovereenkomst tussen [gedaagde] en Buma. Met het ten gehore brengen van muziekwerken uit het Buma-repertoire zonder de daartoe vereiste voorafgaande toestemming handelt [gedaagde] ook in die zin onrechtmatig jegens Buma. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Buma de overeenkomst op onjuiste gronden heeft opgezegd, zodat aan die opzegging geen betekenis toekomt. Hij stelt dat niet vast staat dat hij in strijd met artikel 11 van de algemene voorwaarden handelt omdat niet vast staat dat er sprake is van illegaal vervaardigde en/of illegaal in het verkeer gebrachte beeld- en / of geluidsdragers. Dat verweer wordt, in het licht van wat hierboven onder 4.2 is overwogen, verworpen. Ook het verweer van [gedaagde], dat hij de algemene voorwaarden nog nooit gezien heeft, dus dat hem geen redelijke mogelijkheid is geboden daarvan kennis te nemen zoals bedoeld in artikel 6:233 onder b en 6:234 BW kan niet slagen. Mocht die mogelijkheid hem niet geboden zijn, wat door Buma wordt weersproken, dan levert dat hem krachtens artikel 6: 233 BW een grond voor vernietiging op. Nu hij daar geen beroep op heeft gedaan, moet er voorshands vanuit worden gegaan dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Buma heeft, voorlopig geoordeeld, de overeenkomst met [gedaagde] dus buitengerechtelijk mogen ontbinden wegens het handelen van [gedaagde] in strijd met artikel 11 van de algemene voorwaarden. Dat [gedaagde] op 22 augustus 2007 zonder licentieovereenkomst dus zonder de vereiste toestemming van Buma muziekwerken uit het Buma-repertoire ten gehore heeft gebracht, is genoegzaam gebleken. Daarmee heeft [gedaagde] in strijd met de door Buma uitgeoefende auteursrechten en op die grond onrechtmatig jegens Buma gehandeld, waartegen Buma zich op grond van artikel 1 juncto artikel 12 Aw kan verzetten. Ook het onder 3.1 sub a) gevorderde verbod zal worden toegewezen. 4.6. Ten aanzien van het door [gedaagde] aangevoerde bezwaar tegen het afstaan in eigendom van zijn computer aan Stemra, overweegt de voorzieningenrechter dat Buma c.s. ter keuze van [gedaagde] hebben gelaten om in plaats daarvan de op die computer vastgelegde muziekwerken ten kantore van Stemra te laten wissen. [gedaagde] is dus niet verplicht de eigendom van zijn computer aan Stemra af te staan. Buma c.s maken met het hierop betrekking hebbende deel van hun vordering geen misbruik van procesrecht. Niet aannemelijk is geworden dat de bescherming van vertrouwelijke informatie niet is gewaarborgd, zoals door [gedaagde] nog is aangevoerd. Bovendien zijn Stemra en de leden van de NVPI op grond van artikel 28 Aw en artikel 17 WNR gerechtigd te vorderen zoals zij hebben gedaan. Ook het onder 3.1 sub c) gevorderde zal dus worden toegewezen. 4.7. Buma c.s. heeft aangegeven in te kunnen stemmen met een ingangsdatum van de gevorderde verboden en veroordelingen per 2 januari 2008. De voorzieningenrechter zal dienovereenkomstig beslissen. De gevorderde dwangsommen zullen aan een maximum worden gebonden. 4.8. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Buma c.s. De door Buma c.s. gevorderde veroordeling van [gedaagde] in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten van deze procedure, waarbij de werkelijk gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere kosten zijn begroot op € 3.321,81, zoals door Buma c.s. gespecificeerd in de door hen overgelegde productie 22, zal op grond van artikel 1019h Rv. worden toegewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt deze procedure onder het bereik van 1019h Rv. omdat, zoals hierboven reeds is overwogen, [gedaagde] in strijd handelt met de door Buma uitgeoefende auteursrechten. De kosten aan de zijde van Buma c.s. worden begroot op: - vast recht 251,00 - dagvaarding 84,31 - overige kosten 0,00 - salaris procureur (totaal) 3.321,81 Totaal € 3.657,12 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. verbiedt [gedaagde] om na betekening van dit vonnis, met ingang van 2 januari 2008 muziekwerken ten gehore te doen brengen zonder de daartoe vereiste voorafgaande toestemming van of vanwege Buma, 5.2. verbiedt [gedaagde] om na betekening van dit vonnis, met ingang van 2 januari 2008 muziekwerken ten gehore te doen brengen met gebruikmaking van een van [betrokkene]r, [betrokkene 2] of een direct of indirect aan hen gelieerde onderneming, waaronder Audio Player, afkomstig illegaal muzieksysteem, 5.3. veroordeelt [gedaagde] alle zich onder hem bevindende illegale muzieksystemen en andere geluidsdragers afkomstig van [betrokkene]r, [betrokkene 2] of een direct of indirect aan hem gelieerde onderneming, waarop muziekwerken zijn vastgelegd zonder dat daarvoor voorafgaande toestemming van of vanwege Stemra en de leden van de NVPI die het aangaat is verkregen, binnen tien dagen na het verzoek daartoe van Stemra ten kantore van Stemra aan haar in eigendom af te staan, dan wel, ter keuze van [gedaagde], de op zulke muzieksystemen en andere geluidsdragers vastgelegde muziekwerken ten overstaan van een door Stemra aan te wijzen medewerker ten kantore van Stemra te wissen, 5.4. veroordeelt [gedaagde] om voor elke dag dat hij, na betekening van dit vonnis, (één van) de verboden onder 5.1 en 5.2 overtreedt dan wel in gebreke blijft aan de veroordeling onder 5.3. te voldoen, aan Buma c.s. een dwangsom te betalen van € 5.000,-- met maximum van € 100.000,--, 5.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Buma c.s. begroot op € 3.657,12, 5.6. bepaalt de termijn als bedoeld in art. 1019i Rv waarop de bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt op acht weken, 5.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.8. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.A. Satijn op 21 december 2007.