Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC1764

Datum uitspraak2008-01-11
Datum gepubliceerd2008-01-14
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/6352 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

WAO-schatting. Vastgestelde beperkingen.


Uitspraak

05/ 6352 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant] (hierna appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 26 september 2005, 05/1755 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 11 januari 2008 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Het Uwv heeft een verweerschrift ingezonden. De zaak is behandeld ter zitting van 16 november 2007. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door F.A.C.M. Ketelaars. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.D. Mak. II. OVERWEGINGEN Het inleidende beroep richt zich tegen het ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) op 4 mei 2005 door het Uwv genomen besluit. Dat besluit strekt tot de handhaving van het besluit van 8 oktober 2004, waarbij de eerder aan appellant toegekende WAO-uitkering met ingang van 8 december 2004 wordt verlaagd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Daaraan ligt ten grondslag dat appellant wegens schrijfkramp links niet langer geschikt is tot het verrichten van zijn werk als orderbehandelaar, maar met gangbare arbeid ongeveer 38% kan verdienen van zijn geïndexeerde loon als orderbehandelaar. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De Raad kan appellant niet volgen in zijn, in hoger beroep herhaalde, maar niet medisch onderbouwde beroepsgrond dat de voor hem geldende, uit ziekte of gebrek voortvloeiende beperkingen zijn onderschat. De Raad kan zich vinden in de overwegingen en conclusie van de rechtbank. De subjectieve beleving van appellant is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. De geschiktheid voor de geduide functies is door het Uwv voldoende toegelicht. Het hoger beroep slaagt daarom niet. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008. (get.) R.C. Stam. (get.) J.E.M.J. Hetharie. MK