Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC1792

Datum uitspraak2008-01-11
Datum gepubliceerd2008-01-14
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/2907 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

WAO-schatting. Vastgestelde beperkingen en geschiktheid geselecteerde functies.


Uitspraak

06/2907 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 10 april 2006, 05/5811 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 11 januari 2008 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. Y.J. Doornik, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2007, waar namens appellante haar gemachtigde is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door G.M. Folkerts. II. OVERWEGINGEN Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 7 juli 2005 (het bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 22 september 2004 strekkende tot de intrekking van de eerder aan appellante toegekende arbeidsongeschikt-heidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ingaande 21 november 2004, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Appellante heeft zich -kort samengevat- op het standpunt gesteld dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen op persoonlijk en sociaal functioneren en dat zij ongeschikt is om een aantal van de geduide functies te vervullen. Voorts zijn beroepsgronden naar voren gebracht ten aanzien van de juiste actualiseringsdatum en het gewenste opleidingsniveau. De Raad overweegt als volgt. Voor wat betreft de medische grondslag kent de Raad evenals de rechtbank doorslag-gevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek van die artsen zorgvuldig en weloverwogen geweest, waarbij de Raad aantekent dat informatie van de behandelend psychiater is meegewogen en dat appellante geen gegevens heeft overgelegd op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat door de (bezwaar)verzekeringsartsen verdergaande beperkingen in de FML hadden moeten worden opgenomen. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag is de Raad van oordeel dat de geschiktheid van appellante voor de functies in voldoende mate is komen vast te staan. Voorts ziet de Raad geen reden om de bevindingen van de (bezwaar)arbeidsdeskundigen met betrekking tot de actualiseringsdatum van de geduide functies en het opleidingsniveau van appellante voor onjuist te houden. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008. (get.) R.C. Stam. (get.) J.E.M.J. Hetharie. MH