Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC1831

Datum uitspraak2008-01-02
Datum gepubliceerd2008-01-15
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/1325 WW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Niet verschoonbare termijnoverschrijding indienen beroep.


Uitspraak

07/1325 WW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 24 januari 2007, 06/4558 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 2 januari 2008. I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 november 2007. Partijen zijn - appellante met bericht - niet verschenen. II. OVERWEGINGEN 1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van het Uwv van 24 juli 2006 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat dit beroep niet tijdig is ingesteld, terwijl niet is gebleken van enige omstandigheid waardoor redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest. 2. In hoger beroep heeft appellante als reden voor de termijnoverschrijding van het beroep aangevoerd dat zij voor haar werk maandenlang niet in Nederland verblijft waardoor zij haar post laat ontvangt. 3. De in geding zijnde vraag of appellante in haar beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard beantwoordt de Raad bevestigend. Hetgeen appellante heeft aangevoerd is geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De Raad is van oordeel dat bij een langdurige afwezigheid het op de weg van appellante ligt een voorziening te treffen voor de beantwoording van poststukken en zeker in een geval als dat van appellante dat de betrokkene een besluit kon verwachten. Nu kennelijk is nagelaten om adequate maatregelen te treffen om tegen een besluit tijdig beroep aan te tekenen, moet dit voor rekening van appellante blijven. 4. Gelet hierop komt de aangevallen uitspraak dan ook voor bevestiging in aanmerking. 5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2008. (get.) T. Hoogenboom. (get.) M.D.F. de Moor. BvW 1012