Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC1833

Datum uitspraak2008-01-02
Datum gepubliceerd2008-01-15
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/7354 WWV
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzoek om herziening: geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.


Uitspraak

06/7354 WWV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 14 december 2006, 06/1230 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren (hierna: het College). Datum uitspraak: 2 januari 2008. I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingediend. Het geding is aan de orde gesteld ter zitting van 14 november 2007, waar partijen, het College met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN 1.1. Bij brief van 8 februari 2006 heeft appellante het College verzocht om herziening van de besluiten van 28 februari 1979, 25 april 1979, 26 september 1979 en 10 december 1980, inzake haar recht op uitkering ingevolge de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV). Appellante heeft daarbij gewezen op de Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 11 oktober 1956, nr. 8740. 1.2. Bij besluit van 6 april 2006 heeft het College dit verzoek, onder verwijzing naar artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), afgewezen. Daaraan ligt het standpunt ten grondslag dat deze Circulaire niet kan worden aangemerkt als een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb, nu deze bij appellante ten tijde van de besluiten, waarvan herziening wordt verzocht, redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Appellantes bezwaar tegen dit besluit is door het College ongegrond verklaard bij besluit van 25 juli 2006 (hierna: bestreden besluit). 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep uitvoerig gemotiveerd ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en maakt de overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid, tot de zijne. 3. Hetgeen in hoger beroep namens appellante is aangevoerd bevat in feite een herhaling van hetgeen in beroep is betoogd en door de rechtbank op goede gronden is weerlegd, en behoeft derhalve geen nadere bespreking. 4. Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 5. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van de Awb. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2008. (get.) M.A. Hoogeveen. (get.) P. Boer. BvW 1012