
Jurisprudentie
BC1925
Datum uitspraak2007-11-20
Datum gepubliceerd2008-01-16
RechtsgebiedFaillissement
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers05/79 R
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-01-16
RechtsgebiedFaillissement
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers05/79 R
Statusgepubliceerd
Indicatie
WSNP. Tussentijdse beëindiging afgewezen.
Ondanks schending van de informatie- en afdrachtplicht, alsmede benadeling van schuldeiser afwijzing van het verzoek tot tussentijdse beëindiging, aangezien bij voortzetting mag worden verwacht dat de schulden volledig zullen worden betaald.
Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
unit insolventies
insolventienummer: 05/79 R
nummer verklaring: PUR0210401117
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 20 november 2007
Bij vonnis van deze kamer van 18 januari 2005 is de definitieve toepassing van de schuldsa¬neringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares]
geboren [geboortedatum en -plaats],
wonende te [woonplaats].
De bewindvoerder heeft verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen. De schuldenares is opgeroepen teneinde te worden gehoord ter terechtzitting van 6 november 2007. Het proces-verbaal van verhoor dient als hier ingelast te worden beschouwd. De rechter-commissaris heeft geadviseerd de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
Als grond voor de beëindiging is aangevoerd dat de schuldenares een of meer van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.
De bewindvoerder stelt daartoe het volgende.
Tijdens een bespreking op 27 augustus 2007 heeft de schuldenares aan de bewindvoerder meegedeeld dat zij tijdens de toepasselijkheid van de wettelijke schuldsaneringsregeling inkomsten heeft gehad uit schoonmaakwerk. De schuldenares heeft daarbij verklaard dat een aantal mensen waarvoor zij heeft gewerkt aangifte van diefstal tegen haar heeft gedaan. Dit heeft de politie aan de bewindvoerder bevestigd. Vanwege deze omstandigheden heeft de werkgever van de schuldenares – zij is cipier in de Bijlmerbajes – haar geschorst voor de duur van het onderzoek.
Voorts heeft de politie aan de bewindvoerder meegedeeld, dat de schuldenares valsheid in geschrifte heeft gepleegd door op pandbewijzen betreffende door de schuldenares beleende zaken expliciet aan te geven dat zij niet in de schuldsaneringsregeling zit. De beleende zaken zijn volgens de politie gestolen; volgens de schuldenares zijn deze haar eigendom.
De schuldenares heeft het verzoek ter terechtzitting weersproken. Op het verweer zal – voor zover van belang – nader worden ingegaan.
De rechtbank overweegt als volgt.
Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de schuldenares bij meerdere personen of op meerdere adressen zou hebben zwartgewerkt. Zij heeft echter erkend dat zij dat bij één persoon heeft gedaan. Deze persoon heeft aangifte van diefstal jegens de schuldenares gedaan. De schuldenares ontkent goederen van deze persoon te hebben ontvreemd. Deze kwestie is nog in onderzoek bij politie en justitie. Gelet daarop gaat de rechtbank voorshands ervan uit dat de schuldenares geen strafbare feiten heeft begaan. Dit geldt eveneens voor de beschuldiging van valsheid in geschrifte bij de verpanding van zaken.
Wel treft de schuldenares het verwijt dat zij heeft zwartgewerkt tijdens de toepasselijkheid van de schuldsaneringsregeling. Door de verdiensten daaruit niet af te dragen aan de boedel heeft de schuldenares haar schuldeisers benadeeld. Voorts heeft zij door de bewindvoerder onwetend te houden omtrent deze verdiensten haar informatieplicht geschonden.
De vraag ligt vervolgens voor of deze feiten dienen te leiden tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend.
De geverifieerde schulden van de schuldenares bedragen € 36.148,55. De boedelrekening saldeert per 13 november 2007 op € 35.412,03. Op 18 januari 2008 zal de termijn van deze schuldsaneringsregeling verstreken zijn. Verwacht mag worden dat het boedelactief op die datum meer zal bedragen dan de geverifieerde schulden. Rekening houdend met het te verwachten salaris voor de bewindvoerder en de publicatiekosten zullen de geverifieerde vorderingen vrijwel volledig uit de boedel kunnen worden betaald. Daarentegen zullen de schuldeisers bij toewijzing van het beëindigingsverzoek een verminderde uitkering kunnen verwachten vanwege het te verwachten salaris van de curator en de te verwachten publicatiekosten na het uit te spreken faillissement. Gelet daarop acht de rechtbank een tussentijdse beëindiging in dit geval niet in het belang van de schuldeisers.
De schuldenares heeft verklaard gedurende drie maanden ongeveer € 30,00 per week extra te hebben verdiend door te zwartwerken. Daarvan uitgaande begroot de rechtbank de extra inkomsten op ongeveer € 390,00. De schuldenares heeft verklaard dat zij de verdiensten uit zwartwerken heeft gebruikt om een garagerekening te betalen. Blijkens de verklaring van de bewindvoerder bedroeg deze rekening ongeveer € 250,00 en zou deze rekening in aanmerking zijn gekomen om te worden betaald uit de boedel, omdat de schuldenares de auto nodig heeft voor haar werk. De rechtbank stelt vast dat de schuldenares voor een bedrag van ongeveer € 140,00 haar schuldeisers heeft benadeeld. Dat bedrag afgezet tegen de belangen van de schuldeisers bij voortzetting van de schuldsaneringsregeling kan een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling niet rechtvaardigen. Ook kunnen de geringe financiële gevolgen van het niet informeren van de bewindvoerder niet leiden tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Gewezen door mr. B.C. Langendoen, lid van genoem¬de kamer, en uitge¬spro¬ken ter open¬bare terechtzit¬ting van 20 november 2007 in tegen¬woor¬dig¬heid van de grif¬fier.

