Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC1955

Datum uitspraak2008-01-09
Datum gepubliceerd2008-01-17
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/6270 WUV
Statusgepubliceerd


Indicatie

Niet-ontvankelijk verklaring wegens overschrijding beroepstermijn.


Uitspraak

06/6270 WUV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen: [Appellante] en de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster) I. PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 26 april 2007 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van verweerster van 14 juli 2006, kenmerk JZ/M70/2006, niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 26 april 2007 heeft appellante verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 8 november 2007, waar partijen -verweerster met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen. II. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 26 april 2007 berust hierop, dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. In verzet heeft appellante aangegeven dat zij zich een week heeft vergist in het berekenen van de beroepstermijn. De Raad is van oordeel dat appellante in het verzetschrift onvoldoende gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden. Hiertoe heeft de Raad overwogen dat een termijnoverschrijding die het gevolg is van het zich vergissen in de einddatum waarbinnen beroep kon worden ingesteld in het algemeen voor risico van de indiener van het beroepschrift komt. De Raad ziet in hetgeen door appellante is aangevoerd geen aanleiding om op deze regel een uitzondering te maken. Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2008. (get.) H.R. Geerling-Brouwer. (get.) J.P. Schieveen. HD