Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC2341

Datum uitspraak2008-01-09
Datum gepubliceerd2008-01-21
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers541083 UE VERZ 07-1713
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

Nakosten ex art 237, lid 4 Rv. Na vonnis en voor beslaglegging een betalingsregeling getroffen, die zich over vele maanden uitstrekte. Bovendien diverse malen aangemaand tot hervatting van de terugbetaling. Kosten begroot op € 67,50.


Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT Sector kanton Locatie Utrecht zaaknummer: 541083 UE VERZ 07-1713 Beschikking op een verzoek tot afgifte van een bevelschrift (artikel 237, vierde lid Rv) d.d. 9 januari 2008 inzake Wehkamp B.V., gevestigd te Zwolle, verzoekster, gemachtigde: M.G. de Jong, tegen: [verweerder], wonende te Utrecht, verweerder Verloop van de procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken: ? het verzoekschrift tot begroting van de na de uitspraak gevallen kosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv; ? de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 11 december 2007, waarbij verschenen zijn de gemachtigde van verzoekster, W. Kistemaker, en verweerder in persoon; Het geschil en de beoordeling Bij de beoordeling van het verzoek stelt de kantonrechter voorop dat voor ambtshandelingen van deurwaarders vaste tarieven gelden. Deze tarieven bevatten mede een honorariumcomponent, zoals blijkt uit het Besluit Tarieven Ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders. Om een verzoek tot begroting van de nakosten te kunnen inwilligen, zal het dus moeten gaan om andere dan ambtshandelingen. Tevens zal het moeten gaan om substantiële werkzaamheden. Een enkele (herhaalde) aanmaning is dus niet voldoende, net zo min als het (ineens of in enkele gedeelten) in ontvangst nemen van het bedrag, waartoe de verliezende partij veroordeeld is. Ook werkzaamheden verband houdende met het ontvangen van een vonnis, het mededelen aan en het bespreken van de inhoud met de cliënt en de voorbereiding door de gemachtigde van de betekening en executie van dat vonnis, kunnen naar het oordeel van de kantonrechter niet worden aangemerkt als zodanig reële en noemenswaardige diensten dat deze als factoren voor nakosten in aanmerking genomen kunnen worden, nog daargelaten de vraag of die werkzaamheden niet onder de proceskosten moeten worden gebracht, waarvoor bij het vonnis al een vergoeding is toegekend aan verzoekster. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting leidt de kantonrechter af dat het hier gaat om werkzaamheden die de begroting van nakosten bij bevelschrift als bedoeld in artikel 237 lid 4 e.v. Rv rechtvaardigen. Immers in dit geval staat vast dat partijen na vonnis en vóór beslaglegging een betalingsregeling hebben getroffen, die zich over vele maanden uitstrekte. Voorts is aannemelijk geworden dat verweerder meerdere malen is aangemaand tot hervatting van de terugbetaling na onderbrekingen. De uitvoering van deze regeling was overgelaten aan de deurwaarder. De nakosten worden begroot op de helft van het destijds geldende bedrag ‘per punt’ en dus op € 67,50. De kosten van de procedure zullen worden gecompenseerd, gelet op de aard van deze procedure. De beslissing De kantonrechter: begroot de kosten gevallen na de uitspraak als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv op € 67,50 en beveelt de tenuitvoerlegging hiervan; bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt. Aldus gewezen door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 9 januari 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.