
Jurisprudentie
BC2810
Datum uitspraak2007-04-04
Datum gepubliceerd2008-01-28
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers789429
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Datum gepubliceerd2008-01-28
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers789429
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton
Indicatie
Een huurder komt in verzet tegen een gewezen verstekvonnis waarbij hij is veroordeeld om binnen een maand een bedrag aan huurachterstand aan de verhuurster te voldoen, op straffe van ontbinding van de huurovereenkomst. De huurder stelt in verzet dat er geen sprake is van huurachterstand, maar dat hij de huur heeft opgeschort wegen achterstallig onderhoud en onvoldoende schoonmaakwerkzaamheden door de verhuurster.
De kantonrechter bepaalt een comparitie van partijen om de zaak nader met partijen te bespreken.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector kanton
VONNIS
in de zaak van
[opposant], wonende te [woonplaats],
opposant bij exploot van dagvaarding van 14 februari 2007,
gemachtigde: mr. E.H.P. Dingenouts te Rotterdam,
tegen
de stichting Stichting De Nieuwe Unie, gevestigd te Rotterdam,
geopposeerde,
gemachtigde: F.H.M. Bazuin te Rotterdam.
De voorlopige beoordeling
Opposant is op vordering van geopposeerde bij verstek bij vonnis van 30 november 2006 met zaaknummer 763929 CV EXPL 06-35296 veroordeeld tot betaling van € 999,86 aan huurachterstand tot en met de maand oktober 2006, aan rente en aan buitengerechtelijke kosten, met vertragingsrente en met zijn veroordeling in de proceskosten. Hem is een termijn van één maand toegestaan om al het verschuldigde te betalen, op straffe van ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Het betreft de woning aan de [locatie].
Opposant vordert in zijn verzetdagvaarding -samengevat- dat alle vorderingen van geopposeerde worden afgewezen en dat zij in de kosten van de procedure wordt veroordeeld, omdat opposant onterecht en op onjuiste gronden is gedagvaard.
Immers, de opgegeven huurachterstand is niet juist. Opposant had de huurbetaling van een maand opgeschort sinds juni 2006 in verband met achterstallig onderhoud en onvoldoende schoonmaakwerkzaamheden. Geopposeerde heeft (per datum dagvaarding) eigenmachtig een terugbetaling aan servicekosten ad € 341,09 verrekend.
Er is dus geen wanprestatie en ook geen herhaalde wanprestatie: de eerdere veroordelingen liggen te ver in het verleden en daarvan is onvoorwaardelijk afgezien nadat het verschuldigde was afbetaald. Inmiddels is er zelfs een forse voorstand in huurbetaling.
Buitengerechtelijke kosten is opposant niet verschuldigd. Geopposeerde heeft nooit zelf een aanmaning verstuurd of geprobeerd de zaak in der minne op te lossen. Door de gemachtigde zijn geen buitengerechtelijke werkzaamheden verricht die afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking komen.
Voor geopposeerde heeft zich een gemachtigde gesteld, die op de eerstdienende dag uitstel heeft gevraagd.
In beginsel geldt de verzetdagvaarding als het antwoord op de oorspronkelijk ingestelde eis. Aldus beschouwd is dit het moment voor de in het wettelijk systeem voorziene comparitie.
De kantonrechter acht het ook aangewezen de zaak met partijen te bespreken. Daarbij kunnen partijen de nodige informatie verstrekken en kan ook worden geprobeerd een schikking te bereiken.
Partijen dienen stukken waarop zij ter comparitie een beroep willen doen, uiterlijk een week tevoren toe te zenden aan de kantonrechter en de wederpartij.
Dat geldt zeker in het geval geopposeerde nog schriftelijk wil reageren op de inhoud van de verzetdagvaarding. Van haar wordt in ieder geval verwacht dat zij een specificatie overlegt, die zodanig is opgesteld dat daaruit op elk moment de stand van de verplichting van opposant blijkt, dus na elke vervaldatum van een huurtermijn en na elke ontvangen betaling, c.q. gepleegde verrekening.
De beslissing
De kantonrechter:
alvorens verder te beslissen:
bepaalt dat partijen (in persoon of behoorlijk vertegenwoordigd en desgewenst met haar gemachtigde) op maandag 14 mei 2007 om 14.00 uur moeten verschijnen in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100 (het hoge, rode gebouw, op de eerste verdieping), en bepaalt verder dat partijen alle stukken waarop zij ter comparitie een beroep willen doen, uiterlijk een week tevoren dienen toe te zenden aan de kantonrechter en de wederpartij.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Lubberink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

