Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC3590

Datum uitspraak2008-02-06
Datum gepubliceerd2008-02-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200704269/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 4 mei 2006 heeft het college aan appellant vrijstelling verleend ten behoeve van de herinrichting tot fitnesscentrum van de eerste en tweede verdieping van het bedrijfsgebouw aan het adres Duivendijk, kadastraal bekend als gemeente Nuenen […] (hierna: het pand).


Uitspraak

200704269/1. Datum uitspraak: 6 februari 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats] tegen de uitspraak in zaak nr. 06/2985 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 mei 2007 in het geding tussen: appellant en het college van burgemeester en wethouders van Nuenen, Gerwen en Nederwetten. 1. Procesverloop Bij besluit van 4 mei 2006 heeft het college aan appellant vrijstelling verleend ten behoeve van de herinrichting tot fitnesscentrum van de eerste en tweede verdieping van het bedrijfsgebouw aan het adres Duivendijk, kadastraal bekend als gemeente Nuenen […] (hierna: het pand). Bij uitspraak van 15 mei 2007, verzonden op 16 mei 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door "Nuenen Recreatie BV", h.o.d.n. "Sportcentrum De Drietip" (hierna: Nuenen Recreatie) daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief van 19 juni 2007, bij de Raad van State ingekomen op 21 juni 2007, hoger beroep ingesteld. Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft Nuenen Recreatie een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 januari 2008, waar partijen met kennisgeving niet zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. In het in hoger beroep aangevoerde is geen grond te vinden voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het aanbrengen van douches en kleedruimten ten behoeve van het gebruik van het pand als fitnesscentrum niet kan worden aangemerkt als bouwvergunningsvrije veranderingen van niet-ingrijpende aard aan een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder k, van het Besluit Bouwvergunningsvrije/licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken, omdat niet wordt voldaan aan het vereiste dat het bestaande niet-wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat, nu voor deze werkzaamheden geen bouwvergunning was verleend, het college niet bevoegd was vrijstelling als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te verlenen. 2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. C.W. Mouton, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat. w.g. Bartel w.g. Soede Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2008 270-488.