Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC4056

Datum uitspraak2007-12-19
Datum gepubliceerd2008-02-12
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers211886 / HA ZA 04-635
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verzoek om tussentijds hoger beroep nadat beroepstermijn is verstreken.


Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 211886 / HA ZA 04-635 Uitspraak: 19 december 2007 (bij vervroeging) VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIEPSTRATEN TUINBOUW B.V., gevestigd te Etten-Leur, eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, procureur: mr. O.E. Meijer, advocaat: mr. E.C. Schets (Tilburg), - tegen - de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEHMANN & TROOST B.V., gevestigd te Waddinxveen, gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie, procureur: mr. P.H.C.M. van Swaaij, advocaat: mr. J.M. Wolfs (Maastricht). Partijen worden hierna aangeduid als "Diepstraten" respectievelijk "Lehmann". 1. Het verdere verloop van het geding De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken: - tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 13 september 2006 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; - brief van 16 november 2007 van mr. J.M. Wolfs houdende verzoek tussentijds beroep; - brief van 21 november 2007 van mr. E.C. Schets met bijlage. 2. De verdere beoordeling 2.1 Bij voornoemd vonnis heeft de rechtbank de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van Diepstraten. 2.2 Lehman is bij exploit van 7 november 2006 van voornoemd vonnis in hoger beroep gekomen. 2.2 Lehman heeft bij brief van 16 november 2007 verzocht haar alsnog toestemming te verlenen appel in te stellen tegen het vonnis van 13 september 2006. Lehmann verwijst daartoe in haar brief naar HR 23 januari 2004, RvdW 2004, 20. 2.3 Diepstraten heeft bij brief van 21 november 2007 verzocht het verzoek van Lehman om alsnog te bepalen dat hoger beroep kan worden ingesteld van uw tussenvonnis d.d. 13 september 2006, af te wijzen omdat het verzoek niet binnen de beroepstermijn is gedaan. 2.4 De rechtbank wijst het verzoek van Lehman af, omdat het te laat is gedaan. Anders dan Lehman stelt heeft de Hoge Raad zich in genoemd arrest expliciet op het standpunt gesteld dat een dergelijk verzoek binnen de beroepstermijn gedaan dient te worden en dat aan beroepstermijnen strikt de hand dient te worden gehouden. Dat de zaak inmiddels in de hogere instantie aanhangig is gemaakt kan hier niet aan afdoen. 2. De beslissing wijst af het verzoek van Lehman om alsnog te bepalen dat van het vonnis van 13 september 2006 hoger beroep kan worden ingesteld en dat daartoe het eindvonnis niet behoeft te worden afgewacht; verwijst de zaak in afwachting van de uitspraak in het door Lehman ingestelde hoger beroep naar de parkeerrol van woensdag 2 april 2008. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.M. Ahsmann. Uitgesproken in het openbaar. 1747/429