
Jurisprudentie
BC4238
Datum uitspraak2008-02-08
Datum gepubliceerd2008-02-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200709177/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Datum gepubliceerd2008-02-13
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200709177/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter
Indicatie
Bij besluit van 27 februari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van onder meer een aantal voorschriften van de bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer en artikel 10.1 van de Wet milieubeheer.
Uitspraak
200709177/2.
Datum uitspraak: 8 februari 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 februari 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van onder meer een aantal voorschriften van de bijlage behorende bij het Besluit landbouw milieubeheer en artikel 10.1 van de Wet milieubeheer.
Bij besluit van 27 augustus 2007 heeft het college het door [verzoeker] hiertegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de last deels aangepast.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de rechtbank Groningen ingekomen op 8 oktober 2007, beroep ingesteld.
Bij brief van 2 oktober 2007, eveneens ingekomen bij de rechtbank Groningen, heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek en het beroep ter behandeling doorgezonden naar de Raad van State, voor zover deze stukken betrekking hebben op het milieuaspect, waar ze op 31 december 2007 zijn ingekomen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 februari 2008, waar het college, vertegenwoordigd door S.M.H. Kerckhoffs, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het college heeft ter zitting te kennen gegeven dat het maximale bedrag waarop de dwangsom is vastgesteld, al is verbeurd. De voorzitter komt dit gelet op de diverse controles die ook na het opleggen van de last zijn uitgevoerd en de bij die controles gemaakte, zich in de stukken bevindende, foto's niet onaannemelijk voor.
2.3. Gelet hierop bestaat er naar het oordeel van de voorzitter geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening en bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.A.M. van Hamond, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Kreveld w.g. Van Hamond
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2008
446.

