Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BC5385

Datum uitspraak2008-02-12
Datum gepubliceerd2008-02-28
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers07/600648-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

bewijs


Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer Parketnummer : 07/600648-07 Uitspraakdatum : 12 februari 2008 Vonnis in de zaak van: het openbaar ministerie tegen [verdachte], [geboortedatum], [woonplaats]. Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 januari 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. Seton, advocaat te Amersfoort. De officier van justitie, mr. H. Harmeijer, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake het primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar. TENLASTELEGGING De verdachte is ten laste gelegd dat: (volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting gewijzigd) BEWIJS Uit de thans voorhanden zijnde stukken zijn een drietal bewijsmiddelen uit totaal twee bronnen aan te wijzen die concreet in belastende zin in de richting van verdachte wijzen. Het gaat hierbij om de aangifte van het slachtoffer [slachtoffer] in combinatie met de positieve simultane fotoconfrontatie, alsmede om de verklaring van de vader van het slachtoffer, waarin deze verklaart te zijn gebeld door [getuige] die hem meedeelde dat verdachte de dader zou zijn van de overval op [slachtoffer]. Deze laatste verklaring vindt echter geen ondersteuning in de overige stukken van het dossier, nu [getuige] tegenover de rechter-commissaris in strafzaken heeft ontkent deze mededeling te hebben gedaan. Resteert de aangifte en de fotoconfrontatie, waarbij tot de conclusie gekomen moet worden dat bij de fotoconfrontatie niet geheel aan de daaraan gestelde vereisten lijkt te zijn voldaan. Zo is niet vermeld waaraan [slachtoffer] verdachte heeft herkend van de foto. Behoudens de conclusies uit het Y-chromosomaal onderzoek, waarin slechts is vastgesteld dat verdachte niet kan worden uitgesloten als dader van de overval, is het bewijs slechts afkomstig uit één bron. Bovenstaande geeft de rechtbank onvoldoende aanleiding om de overtuiging te bekomen dat verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft gegaan, zodat hij van het primair en subsidiair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. BESLISSING Het primair en subsidiair tenlastegelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken. Aldus gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mrs. G.J.J.M. Essink en J.P.C. Obbink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.R. Verstraeten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2008.