
Jurisprudentie
BC8812
Datum uitspraak2007-11-26
Datum gepubliceerd2008-04-07
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 07/01166
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-04-07
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 07/01166
Statusgepubliceerd
Indicatie
Sanctie € 50,-. Geen sprake van schending van fundamentele beginselen van een behoorlijke rechtspleging. Geen reden tot doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV.
Uitspraak
WAHV 07/01166
26 november 2007
CJIB 69100075737
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage
van 30 juli 2007
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 50,-. Op grond van het bovenstaande dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
3.2. Het hof is van oordeel dat wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV is gewettigd. Daaronder valt niet de omstandigheid dat de kantonrechter mogelijk een onjuiste beslissing heeft gegeven.
3.3. De betrokkene voert aan dat de kantonrechter in het proces-verbaal van de zitting de inhoud van de stukken had moeten vermelden. De enkele vaststelling dat de kantonrechter de inhoud van de stukken heeft medegedeeld, vindt hij onvoldoende.
Daarnaast voert de betrokkene aan dat in het proces-verbaal van de terechtzitting ten onrechte staat vermeld dat de betrokkene wordt geacht te volharden bij zijn beroepschrift. Omdat de betrokkene niet aanwezig kon zijn bij de zitting, heeft hij namelijk een schriftelijke verklaring alsmede twee getuigenverklaringen overgelegd. Kennelijk is hier geen acht op geslagen. Uit telefonische navraag is de betrokkene gebleken dat dit schrijven zich wel in het dossier bevindt.
Naar het hof begrijpt stelt de betrokkene zich op het standpunt dat er aanleiding is voor doorbreking van het appelverbod van artikel 14 WAHV.
3.4. Het hof is van oordeel dat er geen verplichting bestond voor de kantonrechter om in het proces-verbaal van de zitting de inhoud van de stukken op te nemen. De vaststelling in het proces-verbaal dat de kantonrechter op de zitting de inhoud van de stukken heeft medegedeeld is voldoende.
Dat de kantonrechter geen acht heeft geslagen op het schrijven van de betrokkene d.d. 11 juli 2007, acht het hof niet aannemelijk. De stukken bevinden zich immers in het dossier en zijn blijkens het daarop gestelde ontvangststempel op 13 juli 2007 ingekomen ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton. Daarnaast is de kantonrechter op grond van de WAHV gehouden te beslissen op grond van het beroepschrift. Bovendien neemt de betrokkene in zijn schrijven geen afstand van zijn standpunten zoals verwoord in het beroepschrift aan de kantonrechter en kan niet worden geconcludeerd dat de betrokkene daarvan afstand heeft willen nemen. Het schrijven d.d. 11 juli 2007 is slechts een aanvulling op het beroepsschrift. De zinsnede in het proces-verbaal van de zitting d.d. 30 juli 2007, waarin wordt gesteld dat de betrokkene wordt geacht te volharden bij het beroepschrift, houdt naar het oordeel van het hof dan ook geenszins in dat enkel het beroepschrift van de betrokkene is betrokken in het oordeel van de kantonrechter.
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van het hof geen sprake van schending van fundamentele beginselen van een behoorlijke rechtspleging die doorbreking van het appelverbod rechtvaardigen. Het hof zal het beroep verwerpen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

