
Jurisprudentie
BD1563
Datum uitspraak2007-11-27
Datum gepubliceerd2008-05-14
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Amsterdam
ZaaknummersAWB 07/4229 WWB en AWB 07/3906 WWB
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-05-14
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Amsterdam
ZaaknummersAWB 07/4229 WWB en AWB 07/3906 WWB
Statusgepubliceerd
Indicatie
Reg. nrs. AWB 07/4229 WWB en AWB 07/3906 WWB
Voorlopige voorziening. Als verzending bezwaarschrift niet aannemelijk is, is het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar dan niet-ontvankelijk of ongegrond?
Samenvatting
Verweerder heeft het bezwaarschrift niet ontvangen. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bezwaarschrift daadwerkelijk tijdig is verzonden. Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat geen sprake is van het niet tijdig beslissen op bezwaar en dus ook niet van een op grond van artikel 6:2 van de Awb voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit.
Uitspraak
Rechtbank Amsterdam
Sector Bestuursrecht Algemeen
Voorlopige voorzieningen
UITSPRAAK
in het geding met reg.nr. AWB 07/4229 WWB en AWB 07/3906 WWB
van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats],
verzoeker,
vertegenwoordigd door mr. R.P. Kuijper,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
verweerder,
vertegenwoordigd door J.M. Boegborn.
1. PROCESVERLOOP
Ter griffie van de rechtbank is op 9 oktober 2007 een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvangen. Dit verzoek hangt samen met het beroepschrift van 9 oktober 2007 tegen het niet (tijdig) beslissen op verzoekers bezwaar tegen de besluiten van 30 maart 2007, inhoudende de afwijzing van de aanvraag om een bijstandsuitkering en de terugvordering van het in dit kader verleende voorschot.
Het onderzoek is gesloten ter zitting van 14 november 2007.
2. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter (hierna ook: de rechter) van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op alle betrokken belangen dat vereist. Bij de vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van verzoekers dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.
Ingevolge artikel 8:86 van de Awb is de rechter bevoegd onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak, indien het verzoek om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de rechter van oordeel is dat na de zitting bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en verzoekt de rechter te bepalen dat binnen een door de rechter te bepalen termijn een beslissing op bezwaar wordt genomen.
De rechter overweegt als volgt.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen bezwaarschrift is ontvangen.
Verzoeker stelt dat hij op 2 mei 2007 een bezwaarschrift per gewone post heeft verzonden.
De rechter stelt vast dat in het dossier weliswaar een bezwaarschrift is aangetroffen van
2 mei 2007, doch uit dit bezwaarschrift blijkt niet naar welk adres het is verzonden, omdat het zogenaamde voorblad bij dit bezwaarschrift ontbreekt. Ter zitting heeft verzoeker het voorblad niet kunnen tonen en voorts desgevraagd aangegeven dat het bezwaarschrift niet aangetekend is verzonden.
Naar het oordeel van de rechter heeft verzoeker mitsdien niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de besluiten van 30 maart 2007. Hieruit vloeit voort dat er geen sprake is van een niet tijdig beslissen op het bezwaar van verzoeker als bedoeld in artikel 6:2 van de Awb. Het beroep, dat is gericht tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen, is mitsdien niet-ontvankelijk.
Gelet op het voorgaande ziet de rechter geen aanleiding om het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen.
De rechter ziet evenmin aanleiding voor vergoeding van het griffierecht en de door verzoeker gemaakte proceskosten.
De rechter beslist als volgt.
3. BESLISSING
De rechter:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 27 november 2007 door mr. Y.A.A.G. de Vries, voorzieningenrechter,
in tegenwoordigheid van mr. S.J.W.H. Potters, griffier,
en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Tegen deze uitspraak kunnen, voor zover deze betreft het oordeel in de hoofdzaak (registratienummer AWB 07/3906 WWB), een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak, hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.
Afschrift verzonden op:
DOC: B

