
Jurisprudentie
BD2157
Datum uitspraak2008-05-14
Datum gepubliceerd2008-05-21
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/5677 WAO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-05-21
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/5677 WAO
Statusgepubliceerd
Indicatie
Afwijzing verzoek om herziening. Geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitspraak
07/5677 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van:
[Verzoekster] (hierna: verzoekster),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 juli 2007 (06/3237 WAO) in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 mei 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 juli 2007 (06/3237 WAO).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2008.
Verzoekster is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet, in samenhang met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en
redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend gewest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij besluit van 31 augustus 2004 heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster tegen een besluit van 15 juni 2004 wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 1 mei 2006 (04/2892) heeft de rechtbank Rotterdam het besluit van 31 augustus 2004 vernietigd, maar de rechtsgevolgen hiervan in stand gelaten.
Bij voormelde uitspraak van 24 juli 2007 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 mei 2006 bevestigd.
3. De namens verzoekster opgeworpen grieven zien op aspecten van procedurele aard en niet op nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van voormeld artikel van de Awb. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN: AN7982) is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen.
4. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en J.F. Bandringa als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) E. de Bree.
SSw