Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD2471

Datum uitspraak2008-05-27
Datum gepubliceerd2008-05-27
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHerziening
Instantie naamHoge Raad
Zaaknummers01169/07 H
Statusgepubliceerd


Indicatie

Herziening. De aanvrager stelt dat de zaak hem niet bekend is en dat hij bang is dat zijn broer gebruik heeft gemaakt van zijn personalia. De aanvrage bevat echter geen opgave van bewijsmiddelen waaruit van een persoonverwisseling kan blijken. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.


Uitspraak

27 mei 2008 Strafkamer nr. 01169/07 H SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Zutphen van 16 januari 2001, nummer 06/060325-00, ingediend door: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats]. 1. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Beoordeling van de aanvrage 2.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. 2.2. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken. 2.3. De aanvrager stelt dat de zaak hem niet bekend is en dat hij bang is dat zijn broer gebruik heeft gemaakt van zijn personalia. De aanvrage bevat echter geen opgave van bewijsmiddelen waaruit van een persoonverwisseling kan blijken. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen. 3. Beslissing De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 27 mei 2008.