Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD2627

Datum uitspraak2008-05-23
Datum gepubliceerd2008-05-29
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/2562 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Ongewijzigde voortzetting de WAO-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Geen onderbouwing met objectief-medische gegevens ingebracht. Juistheid oordeel belastbaarheid en de daaraan gekoppelde voorgehouden functies.


Uitspraak

06/2562 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 maart 2006, 05/301 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 23 mei 2008 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. L. de Groot, werkzaam bij ARAG rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2008. Appellante is met kennisgeving niet verschenen en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door G.M. Folkers. II OVERWEGINGEN 1. Het inleidende beroep is gericht tegen het besluit van het Uwv van 16 december 2004 waarbij het Uwv - beslissend op bezwaar - de WAO-uitkering van appellante, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, ongewijzigd heeft voortgezet. 2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat er in verband met haar lumbago beperkingen aangenomen dienen te worden met betrekking tot het aspect “zitten”, en voorts dat met de geduide functies de beperkingen worden overschreden. Zij heeft erop gewezen dat zij, ondanks dat een hoge werkdruk of piekbelasting vermeden dient te worden, in nagenoeg alle functies aan deadlines moet voldoen of een planning moet halen. Appellante heeft in dit verband bezwaren geuit tegen de functies inpakker, productiemanager, bellsellmedewerkster, communicatiemedewerkster accountantbureau en apotheekmedewerkster. 4. De Raad overweegt als volgt. 5. Er zijn geen aanknopingspunten om het oordeel van de rechtbank omtrent de voor appellante vastgestelde beperkingen niet te volgen. Appellante heeft haar stelling in hoger beroep dat er aanvullende beperkingen zouden moeten worden aangenomen ten aanzien van het zitten niet met objectief-medische gegevens onderbouwd. De grieven van appellante gericht tegen de passendheid van de functies in medisch opzicht slagen reeds niet omdat de functies die in dat verband zijn genoemd alle niet aan de schatting ten grondslag zijn gelegd. Van de functies die wel voor de schatting zijn gebruikt, machinaal metaalbewerker, boekhouder/loonadministrateur en elektronicamonteur, is naar het oordeel van de Raad voldoende toegelicht dat zij passend zijn voor appellante. 6. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 7. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. Deze beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2008. (get.) J.W. Schuttel. (get.) M. Lochs. SSw